Het besluit tot verlening van een tegemoetkoming bevat in ieder geval:

a. de vaststelling dat de ouder tot de door het college vastgestelde doelgroep sociaal-medische indicatie behoort;

b. de naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de tegemoetkoming betrekking heeft;

c. de naam en adres van het kindercentrum of gastouderbureau waar de kinderopvang plaatsvindt;

d. de periode van de kinderopvang waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend (de geldigheidsduur van de indicatie);

e. de omvang van de kinderopvang (per kind per week) die noodzakelijk wordt geacht;

f. de wijze waarop het bedrag van de tegemoetkoming wordt bepaald en het bedrag dat op basis hiervan wordt verleend;

g. de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald;

h. de verplichtingen van de ouder.