Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 6.4

Fase 2: Terugdringen hoeveelheid restafval met een prijsprikkel

Onderdeel van Grondstoffenbeleid Uithoorn 2020 - 2025

De huidige wijze van tariefstelling in Uithoorn maakt gebruik van een tariefdifferentiatie op basis van de samenstelling van het huishouden. Er worden verschillende tarieven gehanteerd op basis van de grootte van een huishouden. Het verschil tussen deze tarieven is circa € 45,- per jaar (1-persoons huishoudens € 233,36 en meerpersoonshuishoudens € 278,50). Om inwoners aan te zetten tot een betere scheiding, en daarmee een vermindering van het restafval, worden een aantal strengere vormen van tariefdifferentiatie overwogen. Idee achter iedere vorm van de differentiatie is het principe van de ‘’de vervuiler betaalt’’. Hoe minder restafval aangeboden wordt, hoe minder men betaalt. Hoe meer restafval aangeboden wordt des te meer de aanbieder daar (in verhouding) voor betaalt. Een tariefdifferentiatie is daarmee een middel om in te grijpen op het aanbod van restafval. Er worden geen tarieven of beperkingen voor andere fracties opgelegd, die moeten juist zoveel mogelijk gescheiden worden aangeleverd. De introductie van een dergelijk gedifferentieerd tariefsysteem dient goed voorbereid te worden. Het op orde brengen van de registratiesystematiek, als ook de interne processen en systemen (denk bijvoorbeeld aan belastingen) dient zorgvuldig te gebeuren. Bovendien moet de hoogte van de tarieven, in welke vorm dan ook, goed doordacht en toekomstbestendig genomen worden. Tenslotte is het van belang om de basis op orde te hebben, voorafgaand aan de invoering van tariefdifferentiatie, zodat inwoners ook echt goed kunnen scheiden. De mogelijkheden om grondstoffen goed gescheiden aan te kunnen bieden moeten voldoende zijn om inwoners ook daadwerkelijk in staat te stellen het gedrag te verbeteren. Wordt men namelijk niet gefaciliteerd om het afval beter te scheiden en hun voordeel te doen met tariefdifferentiatie, dan stimuleert dit niet tot betere scheiding en stimuleert het mogelijk zelfs dumpingen. Het bieden van het juiste en voldoende handelingsperspectief is daarmee essentieel voor de succesvolle invoering van tariefdifferentiatie. Met het oog dit handelingsperspectief is de gescheiden inzameling van GFT een onlosmakelijke eerste stap in de introductie van een tariefdifferentiatie. Zonder deze stap en het bijkomende handelingsperspectief zal een tariefdifferentiatie slecht beperkt effectief blijken. 6.4.1Kosten invoering tariefdifferentiatie Investeringen De invoering van tariefdifferentiatie vergt met name een investering in de huidige inzamelmiddelen en systeeminrichting. De benodigde investering om tariefdifferentiatie te integreren in alle systemen van gemeente Uithoorn bedraagt circa € 530.000,-, waarbij de investering over alle aanpassingen in de inzamelmiddelen en systemen in een termijn van 5 jaar wordt afgeschreven. Hierin zitten ook de kosten voor intensievere begeleiding, ambtelijke ondersteuning en additionele handhaving gedurende het eerste half jaar na de invoering. Dit resulteert in kapitaallasten van ongeveer € 9,00 per huishouden, per jaar (voor 5 jaar). Structurele kosten Verder levert een tariefdifferentiatie in de structurele kosten een directe besparing op in vermeden inzamel- en verwerkingskosten. De structurele lasten op de afvalstoffenbegroting zullen onder invloed van tariefdifferentiatie dan ook afnemen met circa € 7,- per huishouden. Binnen deze structurele kosten wordt onder andere ook voorzien in verdere ambtelijke ondersteuning vanaf 2024. Mocht dit niet nodig blijken dan zal de afname van de afvalbeheerskosten lager uitvallen. In dat geval is de invoering kostenneutraal. 6.4.2Invoering in Uithoorn: Tariefdifferentiatie op basis van frequentie van aanbieden Passend bij de wijze van inzamelen in De Kwakel en Uithoorn wordt een tariefdifferentiatie variant op basis van frequentie van aanbieden geadviseerd. Binnen deze vorm van tariefdifferentiatie wordt het betalen van de afvalstoffenheffing op basis van de omvang van het huishouden losgelaten. In plaats daarvan gaat ingegrepen worden op het aantal keren, de frequentie, waarin men restafval aanbiedt. Daarmee kan het aanbod van restafval verder worden teruggebracht, zonder al te grote investeringen. In de praktijk Voor het grootste gedeelte van de inwoners van Uithoorn en De Kwakel houdt dat in dat er per keer dat zij gebruik maken van de ondergrondse container een registratie plaatsvindt. Hiermee wordt bijgehouden hoe vaak iedere pas gebruikt wordt. Op basis van dat gebruik wordt vervolgens afgerekend. Hiervoor moeten de ondergrondse containers in de gemeente uitgerust moeten worden met een zogenaamd toegangscontrolesysteem. Het effect van een dergelijke maatregel op het aanbiedgedrag van restafval is bij vergelijkbare gemeenten goed. Men denkt beter na wat bij het restafval gegooid wordt, aangezien men hier anders meer voor gaat betalen. Verder zal het aantal stortingen door bedrijven en niet-inwoners van Uithoorn hiermee sterk verminderd worden (volgend uit toegangscontrole). Tenslotte zorgt dit ervoor dat inwoners vooral volle zakken aan zullen bieden, hiermee worden de inzamelmiddelen volop benut en worden bij het inzamelen voornamelijk volle containers geleegd. De grootste effecten van een dergelijke maatregel zullen merkbaar zijn voor PMD (veel volume) en GFT-afval (veel in volume en gewicht). Tariefstelling De tariefstelling, horend bij een dergelijke differentiatie op frequentie kan op verschillende manieren worden vormgegeven, bijvoorbeeld met: Een vast ledigingstarief. Inwoners betalen per aanbieding een vast tarief. Dat bedrag wordt bepaald op basis van een realistisch aanbiedgedrag. Bijvoorbeeld uitgaande van 1x 60 liter per week. Maakt men 52 keer (gelijk aan 1x week) gebruik van de container dan betaalt men grofweg hetzelfde bedrag als nu. Maakt men vaker gebruik dan betaalt men meer, en bij minder gebruik nemen de kosten in verhouding ook af. Een progressief tarief. Inwoners betalen in verhouding per lediging steeds meer, naarmate ze vaker gebruik maken van de container. Bijvoorbeeld per 10 aanbiedingen neemt het tarief toe. Dus voor 1-10 aanbiedingen betaalt men € 1,- per aanbieding. Bij 11-20 aanbiedingen betaalt men € 1,50 per aanbieding, etc. Voor de inwoners van de lintbebouwing heeft dit eveneens gevolgen. Uitgangspunt hierbij kan zijn dat een aanbod van 1x2 weken om en nabij de status-quo handhaaft en dat men bij minder frequent aanbieden geld kan besparen. Deze maatregel kan op termijn simpel gecombineerd worden met het verlagen van de inzamelfrequentie van deze minicontainers naar 1x per 3 of 1x per 4 weken. Hiermee wordt ook meteen bespaard op de inzamelkosten voor de lintbebouwing, alhoewel deze besparing gering is. Gezien het startpunt van de gemeente Uithoorn en de ontwikkelingen volgend uit fase 1 wordt voorgesteld om rekening te houden met een laag variabel tarief bij de invoering. Dit heeft twee voordelen: Inwoners krijgen de gelegenheid om te wennen aan de nieuwe systematiek. Waarbij men niet onmiddellijk hard gestraft wordt bij veelvuldig aanbieden, maar wel de meerwaarde inziet van het verminderen van het aanbod. En, Gemeente Uithoorn behoudt hiermee de mogelijkheid om op een later moment het tarief aan te passen bij de situatie op dat moment. Mocht na enige tijd blijken dat deze prikkel onvoldoende effect sorteert om te komen tot de gewenste resultaten, dan is de mogelijkheid tot verhogen van het variabel tarief nog mogelijk. Hiermee behoudt men beleidsmatig richting de toekomst meer flexibiliteit. Invoering en vaststellen tarieven Het is noodzakelijk, met het oog op de voorbereidingen en gestelde doelen, om de keuze voor deze vorm van tariefdifferentiatie op dit moment al te maken. Gezien alle onzekerheden die momenteel spelen is het echter onmogelijk om al te spreken over de hoogte van de bijbehorende tarieven. Ook de effecten van de gescheiden GFT-inzameling en de overige fracties spelen een belangrijke rol in het bepalen van deze tarieven. Zodra het besluit genomen is om over te gaan tot deze wijze van tariefdifferentiatie kan de prijsstelling nader uitgewerkt worden. Hierbij dienen de volgende uitgangspunten/overwegingen meegewogen te worden: vrijstellingen voor gezinnen met lage inkomens, compensatie voor inwoners met incontinentiemateriaal, dumpingen, etc. Na de gewenningsperiode voor het gescheiden inzamelen van het GFT (zomer 2022) kunnen de tarieven bepaald worden. In januari 2023 kan vervolgens gestart worden met tariefdifferentiatie. De lijn van een dalende hoeveelheid restafval en stijgend scheidingspercentage, volgens uit fase 1, wordt dan doorgezet. 6.4.3Draagvlak tariefdifferentiatie Wat betreft draagvlak voor een prijsprikkel op restafval zijn de meningen van inwoners vrijwel gelijk verdeeld, zo blijkt uit het participatietraject. Inwoners die niet direct voor een tarief op het aanbieden van restafval zijn, uitten voornamelijk zorgen en bezwaren over een te verwachten toename van zwerfafval en afvaldumpingen. Zij zijn dus vooral bang voor de effecten die dit systeem met zich meebrengt, niet zozeer tegen het systeem zelf. Voor deze verwachte effecten vanuit de samenleving moet voldoende aandacht zijn, als voor dit systeem wordt gekozen. 6.4.4Effect van tariefdifferentiatie op scheidingspercentage en restafval Het invoeren van een betalingssysteem voor het restafval heeft effect op het aanbod en de inzameling van restafval en de verschillende grondstoffen. Zodra inwoners moeten betalen voor hun restafval zullen zij de grondstof stromen zo goed mogelijk gescheiden aan willen bieden om daarmee de hoeveelheid restafval te verminderen. Hiermee worden de uiteindelijke kosten voor de afvalinzameling voor sommige inwoners lager dan nu. Het effect op de gescheiden inzameling van de verschillende grondstoffen is bij invoering al direct merkbaar. Op basis van ervaringen bij andere gemeenten kan het volgende verwacht worden: GFT: 20 tot 25 kg/inw meer GFT-afval en minder restafval voor de gehele gemeente. OPK: 10 kg/inw meer OPK en minder restafval voor de gehele gemeente. Glas: 3 kg/inw meer Glas en minder restafval voor de gehele gemeente. PMD: 6 kg/inw meer PMD, en minder restafval voor de gehele gemeente. Textiel: 1 kg/inw meer textiel (een bescheiden effect) De verwachting is dat de invoering van tariefdifferentiatie direct zal leiden tot circa 45 kg/inw minder restafval, ten gunste van meer grondstoffen, zoals hierboven aangegeven. Daarbovenop komt nog een algehele daling van de totaal hoeveelheid aangeboden restafval. Binnen een jaar na invoering van tariefdifferentiatie blijkt bij andere gemeenten het totaal aangeboden restafval nog verder te dalen, resulterend in een totale afname van circa 65 kg/inw van het restafval in fase 2. Dit omdat inwoners actiever gaan proberen het ontstaan van restafval te voorkomen (bijvoorbeeld circulaire producten aanschaffen). Deze ontwikkeling gaat gepaard met een investering van circa € 530.000,- en een structurele lastenverlaging van circa € 7,- per huishouden, per jaar. Met de invoering van tariefdifferentiatie kan de dalende lijn (wat betreft het aanbod van restafval) behaald in fase 1 doorgezet worden. Dit is een essentiële tweede stap op weg naar de gestelde doelen voor 2025 en daarna. 6.4.5Beperking negatieve effecten door handhaving en extra communicatie Inwoners vrezen de effecten van tariefdifferentiatie op afvaldump en zwerfafval. De gemeenten dient zelf te waken over behoud van de kwaliteit van de grondstoffen, en dus te voorkomen dat restafval bij de grondstoffen beland. Hiervoor dient de gemeente zeker op het moment van invoering en mogelijk nog enkele jaren daarna te handhaven op deze aspecten en in te grijpen waar nodig. Middels communicatie kunnen de ongewenste voorbeelden en handhaving daarop ook zichtbaar worden gemaakt. Om de invoering van tariefdifferentiatie soepel te laten verlopen is in de berekeningen rekening gehouden met de aanvullende inzet van een beleidsmedewerker en aanvullende handhaving. Hiermee kunnen inwoners geholpen worden bij vragen en kan snel geschakeld worden om eventuele acties spoedig op te pakken. Dit is niet haalbaar binnen de huidige beschikbare capaciteit. De kosten zijn in de berekeningen meegenomen. Middels dit aanvullende budget en een geïntensiveerde inzet van de reeds begrootte mogelijkheden kan voorzien worden in een adequate en intensievere handhaving op dumpingen en zwerfafval. 6.4.6Flankerende maatregelen fase 2 Communicatie Verbeterde afvalscheiding vergt een gedragsverandering bij inwoners. En gedragsverandering kan alleen bereikt worden mits hier structureel aandacht aan geschonken wordt. In het kader van de in te voeren prijsprikkel is het essentieel om gebruik te maken van communicatieve uitingen. Inwoners moeten helder hebben wat voor handelingsperspectief ze hebben. Door informatie te verschaffen over de optimalisatie van afvalscheiding en duidelijk aan te geven waar de verschillende inzamelmiddelen staan wordt het voor inwoners eenvoudiger om grondstoffen beter te scheiden. Hiervoor kan opnieuw gebruikt gemaakt worden van een Afvalkrant. Net als de communicatie bij de invoering van gescheiden GFT-inzameling vergt dit capaciteit binnen de afdeling en dient hiervoor budget beschikbaar te worden gesteld. Hiervoor wordt eenmalig een bedrag van €30.000,- gereserveerd en wordt jaarlijks nog eens €20.000,- uitgetrokken voor structurele communicatie. Optimalisatie inzameling Textiel De hoeveelheid gescheiden ingezameld textiel is in 2019 gestegen ten opzichte van 2018. 3,5 om 3,2 kg/inwoner. Hiermee is de trend van de afgelopen jaren voortgezet, waarin jaarlijks steeds meer textiel ingezameld wordt. Ten opzichte van vergelijkbare gemeenten blijft Uithoorn echter nog wel achter, in deze gemeenten wordt gemiddeld 5,1 kg/inwoner gescheiden textiel ingezameld. Ook hier blijkt dat inwoners aangeven dat meer inzamelpunten gewenst zijn. Met de realisatie van meer inzamelpunten kan hiermee een kleine winst geboekt worden van circa 1 tot 1,5 kg/inwoner. Optie: Invoering BEST-tas en stimulans Kringloopactiviteiten Ook de promotie van Stichting Ceres en het verstrekken van een zogenaamde BEST-tas kan bijdragen aan een betere scheiding van textiel. De BEST-Tas is een initiatief waarbij men twee keer per jaar Boeken, Elektronica, Speelgoed en Textiel aan kan bieden. De resultaten bij andere gemeenten tonen aan dat hiermee jaarlijks circa 6 kg/inwoner extra gescheiden ingezameld kan worden, waarvan circa 40% textiel is. Hiermee kan jaarlijks ruim 2 kg/inwoners extra textiel ingezameld worden. Dit betreft een optie die aangewend zou kunnen worden, mochten de resultaten achter blijven, hierin wordt vooralsnog niet voorzien. Optimalisatie inzameling PMD De afgelopen jaren is flink ingezet op een verbetering van de gescheiden inzameling van PMD. In 2019 zijn hiervoor de laatste verzamelvoorzieningen bij de hoogbouw gerealiseerd en is de hoeveelheid ingezameld PMD verder gestegen van 20,1 kg/inwoner in 2018 tot 22,5 kg/inwoner in 2019. Hiermee doet Uithoorn het zelfs al iets beter dan vergelijkbare gemeenten uit de benchmark (gem. 21 kg/inwoner). Verdere investering in de inzamelmiddelen voor deze fractie is dan ook niet noodzakelijk. Wel kan door middel van extra communicatie het inzamelresultaat nog verder verbeterd worden. Uit het participatietraject is al gebleken dat met name kennis over wat er binnen deze fractie aangeboden kan worden kan leidden tot een betere scheiding en meer aanbod. De flankerende maatregel die hierboven beschreven zijn (met uitzondering van de communicatie rondom tariefdifferentiatie) kunnen eventueel ook al gedurende fase 1 ingevoerd worden.

Rechtspraak bij dit artikel