Naar hoofdinhoud
1. . Samenhangende zaken worden voor de toepassing van artikel 2, eerste lid, onder a van het Besluit proceskosten bestuursrecht, beschouwd als één zaak, waarvoor vanaf vier of meer bezwaren in beginsel de wegingsfactor van 1,5 geldt; 2. . Of de werkzaamheden van een gemachtigde nagenoeg identiek kunnen zijn, wordt beoordeeld aan de hand van de daadwerkelijk verrichte werkzaamheden en niet aan de hand van de vraag of de werkzaamheden nagenoeg identiek hadden kunnen zijn (Hoge Raad 16 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:420). 3. . In artikel 3, tweede lid, van het Bpb is door verruiming van het begrip ‘samenhangende zaken’ de vraag leidend gesteld of het bestuursorgaan de bezwaren gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig behandelt, waardoor in dergelijke situaties waarbij dezelfde rechtsbijstandverlener nagenoeg identieke werkzaamheden kon verrichten in iedere zaak voor de kosten de vergoeding voor één zaak (bij minder dan vier zaken) dan wel 1,5 zaak (bij vier of meer zaken) in aanmerking komt. (ECLI:NL:GHARL:2022:390). 4. . Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1 tot en met 3 heeft het bestuursorgaan de bevoegdheid om op grond van artikel 2, derde lid Bpb ingeval de kostenvergoeding voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in een bepaald geval onevenredig hoog is, om in bijzondere omstandigheden af te wijken van de volgens het Bpb berekende vergoeding.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel