Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Onderwerpkeuze en onderzoeksprogramma en - opzet

Onderdeel van Verordening Rekenkamer Vlaardingen 2022

1.. De directeur van de rekenkamer stelt zelf de onderwerpen voor onderzoek vast, formuleert de probleemstelling en de onderzoeksvragen en stelt de onderzoeksopzet vast. 2.. De in een jaar te onderzoeken onderwerpen worden jaarlijks vóór 1 oktober van het voorgaande jaar als onderzoeksprogramma ter kennisname aan de raad aangeboden. In afwijking van de vorige zin wordt de in 2022 te onderzoeken onderwerpen voor 1 mei als onderzoeksprogramma aan de raad aangeboden. 3.. Jaarlijks consulteert de directeur van de rekenkamer de Auditcommissie voor het opstellen van het onderzoeksprogramma. 4.. De onderzoeksopzet wordt door de directeur van de rekenkamer rechtstreeks ter kennisname aan de gemeenteraad aangeboden, nadat de Auditcommissie in de gelegenheid is gesteld om suggesties mee te geven ten aanzien van de onderzoeksopzet. 5.. Bij de selectie van onderwerpen hanteert de directeur van de rekenkamer de volgende criteria: Het onderzoek moet betrekking hebben op de doelmatigheid, doeltreffendheid en/of rechtmatigheid van beleid; Er moet sprake zijn van een substantieel belang; Het moet door de gemeenteraad te beïnvloeden beleid treffen; Er moet sprake zijn van enige evenwichtige spreiding over de gemeentelijke beleidsterreinen in de opvolgende onderzoeken; 6.. Conform artikel 182 tweede lid van de Gemeentewet, kan de raad de directeur van de rekenkamer verzoeken een onderzoek in te stellen; 7.. Na ontvangst van een verzoek van de raad geeft de directeur van de rekenkamer binnen één maand gemotiveerd aan of hij gevolg geeft aan het verzoek. 8.. Indien de directeur van de rekenkamer besluit gevolg te geven aan het verzoek van de raad, geeft hij in zijn melding als bedoeld in het tweede lid tevens aan hoe hij het verzoek zal oppakken, welke tijdsplanning hij hanteert en welke invloed dat eventueel heeft op het onderzoeksprogramma. 9.. Indien de directeur van de rekenkamer besluit geen gevolg te geven aan het verzoek van de raad, geeft hij in zijn melding als bedoeld in het tweede lid tevens aan op welke gronden hij tot zijn besluit is gekomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel