Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Uitvoering van onderzoek en rapportage

Onderdeel van Verordening Rekenkamer Vlaardingen 2022

1.. De directeur van de rekenkamer is verantwoordelijk voor de uitvoering van de onderzoeken volgens de vastgestelde onderzoeksopzet. 2.. Bij de start van het onderzoek vindt er een gesprek plaats tussen de directeur van de rekenkamer, de gemeentesecretaris en de ambtenaren waarvan betrokkenheid wordt verwacht tijdens het onderzoeksproces. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht op zijn verzoek aan de directeur van de rekenkamer alle inlichtingen en informatie te verstrekken die hij nodig heeft voor de uitvoering van een onderzoek. De informatie en/of inlichtingen worden verstrekt binnen een door de directeur van de rekenkamer aan te geven redelijke termijn. Verzoeken aan ambtenaren van de gemeente worden tevens ter kennis gebracht van de gemeentesecretaris. 3.. De directeur van de rekenkamer stelt betrokkenen in de gelegenheid om binnen een redelijke termijn hun zienswijze op de nota van bevindingen aan de directeur van de rekenkamer kenbaar te maken. 4.. Het college van burgemeester en wethouders wordt in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na toezending, zijn zienswijze op het rapport en de conclusies en aanbevelingen kenbaar te maken. De directeur van de rekenkamer formuleert een nawoord naar aanleiding van deze reactie. 5.. Het rapport, de reactie van het college van burgemeester en wethouders en het nawoord van de rekenkamerfunctionaris worden door de rekenkamerfunctionaris ter bespreking aan de raad aangeboden. 6.. De onderzoeksrapporten van de rekenkamer zijn openbaar 7.. De directeur van de rekenkamer en degenen die ten behoeve van hem werkzaam zijn, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hen in hun hoedanigheid van directeur van de rekenkamer, respectievelijk medewerker ter kennis is gekomen, tot het moment van publicatie van het onderzoek.

Rechtspraak bij dit artikel