In hoofdstuk 2 wordt het ruimtelijke kader geschetst waarmee de gemeente bij het opstellen en uitvoeren van het grondbeleid te maken heeft. In hoofdstuk 3 wordt aandacht besteed aan de keuzes in het grondbeleid, te weten actief of faciliterend (passief) grondbeleid. In hoofdstuk 4 wordt weergegeven op welke wijze besluitvorming plaatsvindt over projecten (projectenprocedure), met name gericht op de rol van het college en de raad in dit besluitvormingsproces.
In de bijlagen wordt ingegaan op wet- en regelgeving (bijlage 1), de opzet van de grondexploitatie (bijlage 2), de gronduitgifte (bijlage 3), samenwerkingsvormen (bijlage 4) en de relatie tussen de grondexploitatie en de planning en control cyclus (bijlage 5).