Sociale huurwoningen kennen een aanvangshuur die niet hoger is dan de jaarlijks door het Rijk vastgestelde liberalisatiegrens. De maximale rekenhuur moet onder de grens liggen als bedoeld in artikel 13 lid 1 van de Wet op huurtoeslag. Voor sociale woningbouw en bijzondere woontypen werden in de meeste gemeenten tot voor kort vaste kavelprijzen gehanteerd. Deze kavelprijsmethode is vooral gebaseerd op het feit dat door woningbouwcorporaties meestal wordt gesteld dat zij op deze woningen slechts een gering rendement kunnen halen of zelfs verlies leiden. Zij verwijzen daarbij dan naar de door de corporaties gehanteerde rekenmethode van de standaard bedrijfswaarde.
De argumentatie van de woningbouwcorporaties kan als eenzijdig worden gezien. Zij rekenen zelf niet met de standaard bedrijfswaarde bij het bepalen van het rendement. Het rendement is in werkelijkheid afhankelijk van meerdere factoren. Als de corporatie bijvoorbeeld besluit om de woningen te verkopen na 20 jaar verhuur (uitponden), is het rendement direct aanmerkelijk hoger. Dit geldt uiteraard alleen indien dit mogelijk is qua bestemming, of toestemming van het gemeentebestuur. Ook maken corporaties bij bouwprojecten gebruik van diverse financieringsmethoden, waardoor het rendement van een project hoger wordt dan op basis van de rekenmethode van de standaard bedrijfswaarde. Met het oog op het bovenstaande wordt de grondwaarde van sociale woningbouw en bijzondere woontypen residueel bepaald, mogelijk aangevuld met een taxatie, afhankelijk van:
- - ligging (vooroorlogse wijk, herstructureringswijk, nieuwbouwwijk),
- - strategie betreffende exploitatie (bijvoorbeeld wel of niet uitponden; uitponden is het verkopen van huurwoningen, meestal met het doel extra winst te behalen) en
- - financieringswijze (aantrekken vreemd vermogen (aandeel in project en rentepercentage)).
Er wordt daarnaast een ondergrens gehanteerd voor grondgebonden woningen en appartementen, gebaseerd op de prijzen die in omliggende gemeenten worden gehanteerd (comparatieve methode). Deze ondergrens is iets verhoogd ten opzichte van 2020 en afgerond.
Bij grondverkopen voor sociale huurwoningen en bijzondere woontypen zullen in de koopovereenkomst nader te bepalen voorwaarden gesteld worden aan het uitponden (c.q. verkopen) van de huurwoningen. Een voorwaarde kan bijvoorbeeld zijn, dat bij verkoop van de huurwoningen een nabetaling plaatsvindt van de grondprijs op basis van herziene inzichten.