Grondprijzen voor koopwoningen worden vooraf residueel bepaald. Dit geldt voor zowel voor eengezinswoningen als voor appartementen. Dit gebeurt door de verkoopprijzen of de beleggingswaarde van de woningen te verminderen met de stichtingskosten van de woningen. De stichtingskosten zijn de bouwkosten (inclusief winst en risico) vermeerderd met bijkomende kosten (onder andere architect, notaris, marketing).

Bij projectmatige woningbouw kan ervoor worden gekozen om hiervoor een aanbestedingsprocedure te volgen in de vorm van een tender. Meerdere geselecteerde marktpartijen worden daarbij uitgenodigd om in te schrijven op het project De marktpartijen die inschrijven op het project moeten daarbij ook een grondprijs bieden. De geboden grondprijs weegt mee bij de toewijzing van het project.

In de aanbestedingsleidraad wordt een minimumgrondprijs opgenomen, waaraan een bieding moet voldoen om succesvol te kunnen inschrijven op het project.

De grondprijs voor woningbouwkavels die worden verkocht aan particulieren voor het bouwen van een eigen huis wordt via de comparatieve methode bepaald. In paragraaf 2.2 is al ingegaan op de reden voor het toepassen van deze methode.

Het bovenstaande leidt tot het volgende overzicht voor de grondprijzen ten behoeve van woningbouw.

Woningbouw

Bepaling grondprijzen

Sociale huur en koop eengezinswoning

Residueel vooraf bepaald

  • - ondergrens 23,500 excl. BTW per woning
  • - eventueel afspraken over nabetaling

Sociale huur en koop appartementen

Residueel vooraf bepaald

  • - ondergrens € 19.000 excl. BTW per appartement
  • - eventueel afspraken over nabetaling

Vrije sector huur

(eengezinswoningen en appartementen)

Residueel vooraf bepaald

Vrije sector koop

(eengezinswoningen en appartementen)

Residueel vooraf bepaald

  • - eventueel via tender \ aanbesteding

Vrije sector kavels

Comparatief

  • - vaste kavelprijs op basis van prijzen op vergelijkbare locatie