Normaliter kunnen huurders van woningen een beroep doen op huurtoeslag op grond van de Wet op de huurtoeslag en daarmee in de woonkosten voorzien. In bepaalde situaties kan dit anders zijn, onder andere bij (1) huur hoger dan de huurtoeslaggrens en (2) huur die pas na de eerste dag van de maand ingaat, waarmee er (op grond van de regelgeving van de Belastingdienst) pas vanaf de eerste dag van de volgende maand recht is op huurtoeslag.
Wanneer de huur van een woning hoger is dan de maximale huur voor huurtoeslag, bestaat er geen recht op huurtoeslag. In dat geval kan zolang als noodzakelijk, maar maximaal voor de duur van één jaar een woonkostentoeslag worden verstrekt. Men is daarbij verplicht actief en aantoonbaar stappen te ondernemen om te zorgen dat er woonruimte wordt verkregen die past bij de inkomenssituatie (bijvoorbeeld inschrijving bij diverse woningstichtingen en op de particuliere markt).
Aan woonkostentoeslag wordt maximaal verstrekt: een bedrag gelijk aan de maximum huurtoeslag, vermeerderd met 100% van de resterende huur boven de huurtoeslaggrens.
Wanneer de huur niet de volledige maand betreft kan er recht op bijzondere bijstand worden toegekend over die ‘gebroken periode’ (eerste maand). Het bedrag van de woonkostentoeslag wordt daarbij afgestemd op de huurtoeslag (naar rato).
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2
Woonkosten huurwoning
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Westerkwartier 2022