1. Onder ‘slecht levensgedrag’ van een (beoogd) exploitant, (beoogd) leidinggevende of (beoogd) beheerder wordt verstaan: één of meerdere keren onherroepelijk te zijn veroordeeld, dan wel niet onherroepelijk vrijgesproken te zijn voor vervolging voor:
a. Geweldsdelicten;
b. Witwaspraktijken;
c. Gebruik van, de handel in en de productie van drugs;
d. Discriminatie;
e. Fraude met sociale zekerheidswetgeving;
f. Illegale prostitutie;
g. Mensenhandel;
h. Arbeidsuitbuiting;
i. Arbeidsmarktfraude;
j. Fraude met arbeidsgerelateerde subsidies;
k. Illegaal wapenbezit.