1. Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een eindverslag op.

2. Het eindverslag bevat in elk geval:

(a) een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure;

(b) een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;

(c) een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het beleidsvoornemen wordt overgegaan.

3. Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar.

4. Degenen die een schriftelijke reactie hebben ingezonden, dan wel aanwezig waren bij een inspraakbijeenkomst wordt een afschrift van deze stukken toegezonden en zij worden geïnformeerd over het uiteindelijke besluit.