Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10

Artikel 10.1

Regels voor werken in een gebied met een archeologische verwachting

Onderdeel van Nadere regel kabels en leidingen gemeente Utrecht

1.. Tijdens het werken in de gemeente Utrecht moet de Verordening op de Archeologische Monumentenzorg (2009) in acht worden genomen. Hieraan gekoppeld is de Archeologische waardenkaart. Op de waardenkaart is door middel van kleuren weergegeven welke archeologische waarde of verwachting een gebied heeft en of daarvoor een archeologievergunning benodigd is. 2.. Om te kunnen toetsen of een archeologievergunning noodzakelijk is, moeten de vragen op het aanvraagformulier voor ingrijpende en niet-ingrijpende werkzaamheden worden beantwoord. In het belang van de bescherming van de archeologische waarden of verwachting kunnen door de burgemeester en wethouders voorwaarden aan de vergunning worden gesteld. 3.. Voor gebieden waarvoor geen archeologische waarde of verwachting (meer) geldt, geldt de wettelijke meldingsplicht bij het doen van toevalsvondsten. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan dient conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. afdeling Erfgoed, gemeente Utrecht, te worden gedaan. 4.. Voor het verstoren van een archeologisch rijksmonument (ook onder water) is altijd een monumentenvergunning nodig. Deze is te vinden op de website Archeologie in Nederland. 5.. Eisen met betrekking tot vergunningsaanvraag: Om te kunnen beoordelen of een archeologisch onderzoek/vergunning noodzakelijk is dienen de documenten bij de vergunningsaanvraag in een gebied met hoge archeologische verwachting (binnenstad, rode gebieden in de waardenkaart, of >500m tracé in gele en oranje gebieden) minimaal de volgende gegevens te bevatten: Locatie van alle bodemingrepen op een kadastrale ondergrond (dus ook expansielussen, lasgaten, in- en uittrede punten bij gestuurde boringen, etc); Exacte lengte, breedte en diepte van de voorgenomen bodemingrepen (dus ook de breedte van de te ontgraven sleuven); Betreft het een bestaand tracé, nieuw tracé of deels nieuw/bestaand tracé; Indien bestaand tracé: of er dieper en breder wordt gegraven (dus of er onverstoorde bodem wordt ontgraven); Een overzichtstekening van het bestaande en nieuwe tracé inclusief een doorsnede van het bestaande en nieuwe profiel; Wijze van uitvoering (open ontgraving, damwanden, sleufbekisting, etc); Uitsnede van de archeologische waardenkaart (zone waar bodemingrepen plaats vinden).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel