Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9

Artikel 9.2

Werkafspraken en voorwaarden met betrekking tot bomen

Onderdeel van Nadere regel kabels en leidingen gemeente Utrecht

1.. Bij het passeren van bomen worden door de netbeheerder voorzorgsmaatregelen getroffen die schade aan de betreffende boom voorkomt. De maatregelen en aanwijzingen zijn aangegeven in Bijlage 2: Bomenposter; werken rond bomen. 2.. Indien de afstand van te leggen kabels of leidingen tot de bomen minder is dan bepaald in artikel 7.3 vierde lid worden er beschermende maatregelen toegepast of er worden (gestuurde) boringen gemaakt. 3.. In het wortelgestel van bomen wordt slechts bij hoge uitzondering handmatig gegraven. Dit is echter alleen toegestaan met goedkeuring van de toezichthouder. Wortels dikker dan 40 mm in diameter worden nooit verwijderd of beschadigd. Wortels kleiner dan 40 mm in diameter worden verwijderd door zagen zonder de wortels te breken of eraan te trekken. Ontgraven wortels worden beschermd tegen uitdrogen, vorst en beschadiging. 4.. Wanneer een boom wordt beschadigd wordt dit direct gemeld bij de toezichthouder. Toezicht en handhaving vindt plaats conform de Beleidsregel Handhavingsparagraaf Bomen. 5.. Het rooien van bomen door de netbeheerder geschiedt pas na toestemming van het college. Voor het rooien van bomen dient er een kapvergunning te worden aangevraagd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel