Bij de tracébepaling van kabels of leidingen zijn drie aspecten van belang:
de horizontale ligging;
de verticale ligging;
de ligging t.o.v. andere objecten in de ondergrond.
Het doel van het vooraf bepalen van deze liggingen is:
een optimaal gebruik van de openbare ruimte;
een ongestoorde exploitatie van kabels of leidingen;
optimaliseren van de veiligheid.
**1..** Het in bijlage 1 opgenomen standaardprofiel is een voorkeursprofiel. Een kabel of leiding dient conform het standaardprofiel te worden gelegd, tenzij er op de plek conform het standaardprofiel reeds een andere kabel of leiding ligt, in welk geval de aan te leggen kabel of leiding zo dicht mogelijk bij voor die kabel of leiding aangewezen plaats van het standaardprofiel dient te worden gelegd.
**2..** In de wijken (of deelgebieden) waarin kabels en leidingen reeds conform het standaardprofiel liggen (zoals de wijk Leidsche Rijn) dient de vergunningsaanvrager vooraf toestemming van de toezichthouder te hebben gekregen om af te wijken van het standaardprofiel. In die wijken (of deelgebieden) zal de toezichthouder in beginsel geen toestemming geven af te wijken van het standaardprofiel. Als er toestemming wordt verleend, dient dit te worden vastgelegd door middel van een aantekening in de vergunning.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.2
Tracébepaling aanleg van kabel of leiding (standaardprofiel)
Onderdeel van Nadere regel kabels en leidingen gemeente Utrecht