Artikel 35 van de Huisvestingswet geeft de mogelijkheid in de huisvestingsverordening op te nemen dat het college van burgemeester en wethouders bij overtreding van artikel 21 of als in strijd met de voorwaarden en voorschriften van een vergunning als bedoeld in artikel 26 wordt gehandeld een bestuurlijke boete op te leggen.
Van deze mogelijkheid is gebruik gemaakt. De bestuurlijke boete is in artikel 4.1.3 van de Huisvestingsverordening Purmerend 2021 geregeld. Dit artikel bepaalt dat het college een bestuurlijke boete kan opleggen bij overtreding van de verboden bedoeld in artikel 3.1.1 of het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 3.3.3. Bij overtredingen van de vergunningplicht voor woningvorming en omzetting kan het college dus een bestuurlijke boete aan een overtreder opleggen.
De maximumbedragen voor de boete zijn in de Huisvestingswet vastgelegd. De hoogte van de bestuurlijke boete per overtreding zijn door de gemeenteraad in de Huisvestingsverordening vastgesteld, waarbij het maximumbedrag per overtreding als bedoeld in de Huisvestingswet niet wordt overschreden. De hoogten van de boetebedragen zijn in Bijlage 2 behorende bij artikel 4.1.3 van de Huisvestingsverordening vastgesteld.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.2
Bestuurlijke boete voor overtreding van de Huisvestingswetgeving
Onderdeel van Handhavings- en sanctiestrategie voor omzetting en woningvorming Purmerend