Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.4

Vergunningplicht voor omzetting en woningvorming

Onderdeel van Handhavings- en sanctiestrategie voor omzetting en woningvorming Purmerend

In de Huisvestingsverordening zijn in de artikelen 3.3.1 en 3.3.2 criteria opgenomen waaraan de vergunningaanvraag voor woningvorming en omzetting wordt getoetst. Er wordt onder andere beoordeeld of een woonruimte voldoet aan minimale eisen voor gebruiksoppervlak, of sprake is van mogelijke aantasting van het woon- en leefmilieu in een complex, straat of buurt en eventuele geluidseisen en kwaliteitseisen voor de woonruimte. In de Huisvestingsverordening zijn in artikel 3.3.4 situaties opgenomen waarbij de vergunning kan worden ingetrokken. Het college kan de vergunning in de volgende gevallen intrekken: Als niet binnen één jaar nadat de vergunning is verleend gebruik wordt gemaakt van de vergunning; als de vergunning is verleend op basis van onjuiste gegevens die door de vergunninghouder zijn verstrekt; als niet meer aan de voorwaarden en voorschriften van de vergunning wordt voldaan, of als sprake is van een of meerdere van de weigerings- en intrekkingsgronden als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen (Wet Bibob). Vergunningplicht: bestaande gevallen en overgangssituaties De vergunningplicht voor omzetting en woningvorming en instandhouding van die situatie is op 23 januari 2019 voor de gemeente Purmerend ingevoerd. Per 1 januari 2022 is vanwege de gewijzigde Huisvestingsverordening Beemster 2021 en de fusie de vergunningplicht voor omzetting en woningvorming ook voor de Beemster ingevoerd. Voor alle woningen in de gemeente Purmerend geldt daarom dat zij door het vergunningstelsel uit Hoofdstuk 3 van de Huisvestingsverordening worden beschermd tegen omzetting, het omgezet houden zonder omzettingsvergunning, woningvorming en de woning zonder woningvormingsvergunning in die verbouwde staat te houden. Voor het omgezet en/of in verbouwde staat houden van een woonruimte in een bestaande situatie is het daarom bij toezicht en handhaving steeds van belang om te beoordelen of reeds een vergunning vereist was of dat de situatie eerder wel legaal was. Bestaande gevallen worden aan de hand van (een inschatting) van de aanvangsdatum beoordeeld. Dit is ook van belang bij de beoordeling of al dan niet vergunning voor een historische situatie kan worden verleend. Voor bestaande gevallen zal overgangsrecht in de Huisvestingsverordening worden opgenomen. Overgang van de vergunning De vergunning voor omzetting en woningvorming is vanaf de vaststelling van de Huisvestingsverordening Purmerend 2021 persoonsgebonden en niet aan een nieuwe eigenaar van een woning overdraagbaar. Bij verkoop van de woning gaat de woningvormingsvergunning en/of omzettingsvergunning dus niet over op naam van de nieuwe eigenaar. Een nieuwe eigenaar moet daarom een nieuwe vergunning voor woningvorming en/of omzetting aanvragen en de beoordeling gaat weer uit van een nieuwe situatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel