Onverminderd artikel 2.3.6 van de wet bestaat er geen aanspraak op een persoonsgebonden budget:
indien de cliënt het door het college vastgestelde budgetplan niet of onvolledig ingevuld heeft overgelegd;
indien de cliënt weigert het budgetplan desgevraagd met het college te bespreken of, na voor zulk een gesprek te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt;
indien de cliënt, of, indien de cliënt jonger is dan 18 jaar, één van diens ouders of voogden, surseance van betaling heeft aangevraagd of failliet is verklaard;
indien ten aanzien van de cliënt of, indien de cliënt verzekerde jonger is dan 18 jaar, één van diens ouders of voogden, de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend;
indien de cliënt zich niet heeft gehouden aan bij de verstrekking van een eerder persoonsgebonden budget opgelegde verplichtingen;
indien naar het oordeel van het college onvoldoende aannemelijk is dat met het persoonsgebonden budget zal worden voorzien in toereikende ondersteuning van goede kwaliteit;
indien de cliënt naar het oordeel van het college redelijkerwijs niet in staat kan worden geacht het persoonsgebonden budget te beheren, tenzij de cliënt het beheren laat uitvoeren door een derde die wel in staat kan worden geacht het persoonsgebonden budget te beheren;
indien de beperkingen kunnen worden gecompenseerd met een collectieve voorziening;
indien op voorhand vaststaat dat binnen korte tijd vervanging van de maatwerkvoorziening nodig is;
indien sprake is van vervanging van een maatwerkvoorziening in natura waarvan de afschrijftermijn nog niet is verstreken;
indien bekend is dat de cliënt op een zodanige termijn gaat verhuizen dat de afschrijftermijn van de maatwerkvoorziening ten tijde daarvan nog niet zal zijn verstreken;
indien sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet;
voor zover het persoonsgebonden budget is bestemd voor besteding buiten Nederland.
Een cliënt komt alleen in aanmerking voor een persoonsgebonden budget indien het persoonsgebonden budget wordt besteed bij een hulpverlener die voldoet aan de volgende eisen:
de hulpverlener biedt ondersteuning die veilig, doeltreffend en cliëntgericht wordt verleend;
de hulpverlener werkt actief en integraal samen met andere hulpverleners/aanbieders in het belang van de cliënt, en zorgt ervoor dat de ondersteuning aansluit bij hulp die wordt geboden vanuit het sociale netwerk van de cliënt;
de hulpverlener werkt aantoonbaar (met een ondersteunings- of zorgplan) aan de doelen van de beschikking;
de hulpverlener heeft een heldere en eenduidige administratie van de gemaakte ondersteuningsuren. Deze administratie bevat ten minste de volgende onderdelen:
Ondersteuningsplan/zorgplan per cliënt waarin gemaakte afspraken en communicatie zijn opgenomen;
Urenregistraties
Urendeclaraties
Evaluaties
de hulpverlener kan aangeven wanneer andere ondersteuning is gewenst of wanneer op- of afgeschaald dient te worden;
de hulpverlener moet, als dat wordt gevraagd, een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) hebben die niet ouder is dan 12 maanden voorafgaand aan de ingangsdatum van de ondersteuningsverlening;
de hulpverlener handelt niet in strijd met relevante wetgeving of beleidsregels, misleidt niet, pleegt geen fraude en biedt geen ondeskundige ondersteuning, en heeft dit in het verleden ook niet gedaan.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.1
Criteria persoonsgebonden budget
Onderdeel van Verordening maatwerkvoorzieningen maatschappelijke ondersteuning Sliedrecht