Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2

Hoogte persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatwerkvoorzieningen maatschappelijke ondersteuning Sliedrecht

De hoogte van een persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen en woningaanpassingen is gelijk aan de prijs van de goedkoopst passende voorziening, inclusief onderhoud, reparatie en verzekering, zoals die door het college aan de gecontracteerde aanbieder zou zijn verschuldigd, met dien verstande dat het persoonsgebonden budget nooit hoger is dan de werkelijke kosten. Het persoonsgebonden budget voor vervoerskosten bedraagt: voor het gebruik van een bruikleen auto: maximaal € 793,47 per jaar. voor het gebruik van een (eigen) auto: maximaal € 982,99 per jaar. voor het gebruik van een taxi: maximaal € 1.312,04 per jaar. voor het gebruik van een rolstoeltaxi: maximaal € 1.947,23 per jaar. voor de medisch noodzakelijke begeleiding in het collectief vervoer: maximaal € 223,88 per jaar. Bij dienstverlening is sprake van een gedifferentieerde tariefstelling voor inkoop via een persoonsgebonden budget bij een professionele hulpverlener en inkoop bij een niet-professionele hulpverlener of persoon uit het sociaal netwerk. Van een professionele hulpverlener is sprake indien de hulpverlener voldoet aan de in artikel 4.1, tweede lid opgenomen eisen én voldoet aan de volgende eisen: de hulpverlener staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel; de hulpverlener beschikt aantoonbaar over een afgeronde opleiding die passend is bij de te verrichten activiteiten en voldoen aan de kwaliteitseisen die voor betreffende ondersteuning worden gesteld; de hulpverlener voldoet bij het verrichten van de activiteiten aantoonbaar aan de relevante professionele en branchegerichte standaarden; de hulpverlener zorgt voor vervanging bij diens afwezigheid, zodat de ondersteuning gegeven blijft worden. de hulpverlener behoort niet tot het sociale netwerk van de cliënt; de hulpverlener heeft een meldplicht bij calamiteiten en geweld, en doet dit bij de Dienst Gezondheid & Jeugd; de hulpverlener heeft een heldere en eenduidige administratie van de gemaakte ondersteuningsuren. Deze administratie bevat ten minste de volgende onderdelen: cliëntadministratie ondersteuningsplan/zorgplan per cliënt waarin gemaakte afspraken, risico-inventarisatie (veiligheid) en communicatie is opgenomen urenregistraties urendeclaraties evaluaties zorgovereenkomsten met derdenbeding diploma's van de medewerkers per functie (indien van toepassing) VOG van de medewerkers (indien van toepassing) meldcode huiselijk geweld de hulpverlener conformeert zich aan de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling; de hulpverlener werkt met een systematische kwaliteitsbewaking en kan dit aantonen met een in zijn branche geldend kwaliteitsborgingscertificaat, in ieder geval betrekking hebbende op ondersteuning, maatschappelijke en/of aanpalende dienstverlening. De hoogte van een persoonsgebonden budget voor dienstverlening is, indien sprake is van dienstverlening door een professionele hulpverlener, die de ondersteuning verleent vanuit een van de in artikel 5.22, eerste lid, onderdeel a tot en met c Regeling langdurige zorg genoemde situaties en die de ondersteuning verleent conform de geldende kwaliteitsstandaarden: bij kortdurend verblijf gelijk aan de onderliggende prijs waarvoor het college de verblijfscomponent van kortdurend verblijf heeft gecontracteerd, met dien verstande dat het persoonsgebonden budget nooit hoger is dan de werkelijke kosten. bij huishoudelijke ondersteuning gelijk aan het per 1 januari van het kalenderjaar geldende loon uit de cao Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg behorende bij de hoogste trede van functiegroep ‘Hulp bij het huishouden’, vermeerderd met 20% in verband met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren en bij huishoudelijke ondersteuning+ gelijk aan het persoonsgebonden budget voor huishoudelijke ondersteuning, vermeerderd met 22,5%. bij overige diensten gelijk aan de onderliggende prijs waarvoor het college deze diensten heeft gecontracteerd, met dien verstande dat het persoonsgebonden budget nooit hoger is dan de werkelijke kosten. De hoogte van een persoonsgebonden budget voor dienstverlening bedraagt, indien sprake is van dienstverlening door een niet-professionele hulpverlener of een persoon uit het sociaal netwerk, waaronder begrepen de personen waarop artikel 5.22, derde lid van de Regeling langdurige zorg van toepassing is: bij kortdurend verblijf per etmaal gelijk aan anderhalf maal het in artikel 5.22, eerste lid, Regeling langdurige zorg genoemde bedrag; bij individuele begeleiding per uur gelijk aan het in artikel 5.22, eerste lid, Regeling langdurige zorg genoemde bedrag; bij dagbesteding per dagdeel gelijk aan het in artikel 5.22, eerste lid, Regeling langdurige zorg genoemde bedrag; bij huishoudelijke ondersteuning en huishoudelijke ondersteuning+ per uur gelijk aan het per 1 januari van het kalenderjaar geldende minimumloon als bedoeld in artikel 8 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag per uur, vermeerderd met 20%.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel