Beleidsregels behorende bij artikel 4:11c van de APV Eemsdelta 2022- Beslissing op aanvraag
Ondanks dat we bomen en andere houtopstanden in onze gemeente zo veel mogelijk willen behouden, kan er een reden zijn om een houtopstand te vellen. Op basis van een zwaarwegend belang voor het vellen van een houtopstand kan een omgevingsvergunning voor het vellen worden verleend. Zwaarwegende belangen worden onderverdeeld in GEVAAR, SCHADE of HINDER. De meest voorkomende gevallen zijn toegelicht.
Gevaar
Bij gevaar is vrijwel altijd sprake van een zwaarwegend belang. In sommige gevallen kan het gevaar worden weggenomen zonder de houtopstand te vellen, bijvoorbeeld door het oplossen van (boomtechnische) problemen of door het treffen van maatregelen in de directe omgeving van de houtopstand.
Wortelopdruk in verharding
Op zoek naar voeding, zuurstof en water vinden wortels hun weg in de ondergrond. Soms komen ze daarbij vlak onder het oppervlak en drukken ze door diktegroei de verharding op. Hierdoor kan o.a. struikelgevaar ontstaan. Het verwijderen van boomwortels is meestal geen goede oplossing omdat de wortels vaak terugkeren. Ook kan een boom daardoor onstabiel worden en omvallen. Als het gevaar niet kan worden opgelost door het treffen van maatregelen aan de verharding of de groeiplaats van de houtopstand, kan worden besloten de houtopstand te vellen.
Angst voor omwaaien of takbreuk
Bij harde wind of na stormschade elders kan een gevoel van onveiligheid of angst worden ervaren nabij bomen. Elke boomeigenaar dient invulling te geven aan de wettelijke zorgplicht door bomen regelmatig te controleren en waar nodig maatregelen te treffen om gevaar te voorkomen. Angst voor omwaaien of takbreuk wordt niet beschouwd als zwaarwegend belang voor het vellen van een houtopstand als daar vanuit de zorgplicht geen aanleiding toe is. Elke melding van angst voor omwaaien of takbreuk wordt door de gemeente wel gecontroleerd.
Boomziekten en aantastingen
Ziekten en aantastingen kunnen ervoor zorgen dat een boom verzwakt raakt en gebreken begint te vertonen. Bomen kunnen daardoor ook vatbaar worden voor andere aantastingen. Afhankelijk van de standplaats kan een boom daardoor gevaar opleveren. Vanuit de zorgplicht worden ziekten en aantastingen geregistreerd bij de boomcontrole en worden er maatregelen getroffen als dat nodig is. Naast de reguliere controlepunten kunnen daarvoor ook een aantal specifieke afwegingkaders worden gebruikt, zoals 'Richtlijn takbreuk populieren', 'Protocol voor uniforme beoordeling essentaksterfte' en 'Handleiding goed iepenbeheer'.
Direct gevaar
Door ziekten en aantastingen, onstabiliteit of door stormschade kan een houtopstand op een voor publiek toegankelijke plaats direct gevaar opleveren. Als het vellen van de houtopstand in die gevallen direct noodzakelijk is, spreken we van noodkap. De omgevingsvergunning voor het vellen van de houtopstand treedt dan direct in werking, ongeacht de waarde van de houtopstand.
Schade
Een houtopstand kan door zijn standplaats, omvang of groeiwijze schade veroorzaken. Schade kan als zwaarwegende belang worden beschouwd als maatregelen om de schade te voorkomen of te verhelpen én de houtopstand duurzaam te behouden niet mogelijk zijn.
Schade door kroon en wortels
Een boom kan met zijn wortels en kroon schade veroorzaken aan bouwwerken en leidingen. Wortels kunnen door diktegroei schade veroorzaken aan onder andere muren, keermuren, rioleringen en leidingen. Takken kunnen, bij wind en storm, schade veroorzaken aan daken en gevels. De relatie tussen de schade en de boom moet worden aangetoond voordat maatregelen aan de boom worden overwogen. Daar waar nieuwe schade niet kan worden voorkomen door maatregelen aan de boom of aan de groeiplaats van de boom te treffen, kan worden besloten de houtopstand te vellen.
Economische schade
Schaduw op landbouwpercelen, minder zicht op bedrijfspanden of hinder door bomen bij terrassen kunnen direct of indirect zorgen voor een derving van inkomsten en daarmee als economische schade worden gezien. Economische schade wordt niet beschouwd als zwaarwegend belang voor het vellen van een houtopstand. De gemeente zal de situatie beoordelen daar waar deze schade samengaat met gevaar, hinder en/of andere vormen van schade.
Hinder
Hinder als gevolg van houtopstanden wordt in de meeste gevallen gezien als een maatschappelijk aanvaardbaar risico. We vinden dat we van de lusten van bomen moeten genieten en daarmee soms de lasten moeten accepteren. Daar waar de hinder onrechtmatig is kan de hinder op basis van de aard, duur en de ernst van de hinder worden gezien als een zwaarwegend belang voor het vellen van een houtopstand.
Hinder bij ruimtelijke ontwikkelingen
Bij ruimtelijke ontwikkeling of inrichting kan sprake zijn van (tijdelijke) hinder door de aanwezigheid van houtopstanden. De afweging van belangen voor vellen en behoud vindt bij ruimtelijke ontwikkelingen plaats in de door de aanvrager op te stellen Bomen Effect Analyse (BEA). Uit de BEA blijkt of de houtopstand binnen de ruimtelijke ontwikkeling duurzaam kan worden ingepast, het ontwerp of de uitvoering van de ruimtelijke ontwikkeling kan worden aangepast of dat de houtopstand moet worden geveld.
Afstand tot de erfgrens
Bij het ervaren van hinder als gevolg van een houtopstand wordt vaak naar de afstand van de houtopstand tot de erfgrens gekeken. Daar waar de houtopstand op jonge leeftijd geen hinder veroorzaakt, kan dezelfde houtopstand dat op latere leeftijd of bij veranderende plaatselijke omstandigheden wel doen. In de APV Eemsdelta is aangegeven dat de afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek is vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor heggen en heesters. Er kunnen zich situaties voordoen waarbij houtopstanden ook buiten die vastgestelde zone voor hinder kunnen zorgen. De gemeente zal de situatie beoordelen als de hinder ook samengaat met gevaar, schade en/of andere vormen van hinder
Blad-, bloesem en vruchtval
Val van blad, bloesem en vruchten is een jaarlijks terugkerende vorm van hinder. Deze overlast die een boom logischerwijs met zich meebrengt dient te worden beschouwd als aanvaardbare hinder en wordt niet beschouwd als zwaarwegend belang om een houtopstand te vellen. De hinder kan met reguliere reiniging of ruimwerk op paden, wegen, dakgoten en tuinen worden verholpen.
Vogels, insecten en roetdauw
Bomen kunnen voor hinder zorgen door het aantrekken van bijvoorbeeld insecten en vogels. Enkele voorbeelden daarvan zijn vogelpoep, spinselmot, eikenprocessierups en roetdauw. Bladluizen kunnen op een aantal boomsoorten veel voorkomen en scheiden een zoete vloeistof af. Deze zogenaamde honingdauw kan een (zwarte) plaklaag veroorzaken op bijvoorbeeld geparkeerde auto’s (roetdauw). Afhankelijk van de mate van hinder kan de gemeente maatregelen treffen. De hinder door vogels, insecten en roetdauw wordt echter niet beschouwd als zwaarwegend belang voor het vellen van een houtopstand.
Allergieën
Een groeiend aantal mensen heeft last van allergieën. Deze worden soms veroorzaakt door pollen of katjes van bomen. Vaak geeft een boom slechts enkele weken overlast. Het verwijderen van een overlast bezorgende boom in de straat (bijvoorbeeld een berk) neemt in het algemeen niet de bron van allergie weg. Berkenpollen leggen namelijk vele honderden kilometers af. De helft van de bomen in ons land is bovendien katjesdragend. Het ecologische belang van deze bomen is groot. De hinder dient daarom te worden beschouwd als aanvaardbare hinder en wordt niet beschouwd als zwaarwegend belang voor het vellen van een houtopstand.
Zonnepanelen
Schaduwoverlast kan worden ervaren in relatie tot zonnepanelen of andere van zonlicht afhankelijke apparatuur. Van schaduwoverlast kan sprake zijn wanneer de boom bijvoorbeeld zuidelijk is gepositioneerd ten opzichte van de apparatuur. Wanneer de boom er al stond voordat de apparatuur werd geplaatst kan de hinder niet worden beschouwd als zwaarwegend belang om een houtopstand te vellen. De investeerder kan vooraf de impact van de bestaande situatie op zijn investering inschatten. Hierbij moet worden meegenomen dat bestaande bomen ook verder zullen uitgroeien. Bovendien zullen in veel gevallen de bomen de levensduur van zonnepanelen overstijgen en zijn sommige panelen inmiddels ook in de schaduw meer rendabel.
Schaduw in de tuin
Bomen kunnen door hun soort, grootte en positie voor schaduw zorgen in particuliere tuinen. Deze schaduw kan als wenselijk worden beschouwd, maar kan ook als hinder worden ervaren. De hinder is vaak tijdelijk en wordt beschouwd als aanvaardbare hinder. Schaduw in de tuin wordt daarom niet beschouwd als zwaarwegend belang voor het velen van een houtopstand. De gemeente zal de situatie beoordelen als er ook sprake is van gevaar, schade en/of andere vormen van hinder.
Daglicht in leef-/ werkruimte
Bomen kunnen de toetreding van daglicht in de leef-/ werkruimte belemmeren. Daarbij gaat het expliciet om daglicht en niet om zonlicht. De eigenaar van het gebouw of woning zal op basis van geldende normen, bijvoorbeeld de norm voor bezonning van het TNO, moeten aantonen dat er als gevolg van de aanwezige houtopstand onvoldoende daglicht in de leef- of werkruimte komt. Indien uit de normen blijkt dat er als gevolg van de houtopstand onvoldoende daglicht in de leef- of werkruimte komt, en de hinder kan niet worden weggenomen door de bijvoorbeeld te snoeien, kan worden besloten om de houtopstand te vellen.
Artikel 3.
Belangen voor het vellen van een houtopstand
Onderdeel van Beleidsregels voor houtopstanden