Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.4

Artikel 2.4.2

Omgevingswet

Onderdeel van Jaarverslag 2021 & Uitvoeringsprogramma 2022 Vergunningen, Toezicht en Handhaving Wabo

De manier van werken onder de Omgevingswet wordt anders. Er komt meer ruimte voor initiatieven en lokaal maatwerk. Onder de wet wordt gewerkt vanuit vertrouwen (van “nee, tenzij”, naar “ja, mits”) en er moet een integrale afweging over het hele fysieke domein worden gemaakt. Het uitgangspunt in de Omgevingswet is dat omgevingsvergunningen worden voorbereid met de reguliere procedure. Deze procedure is gebaseerd op de standaardregeling voor het afhandelen van aanvragen tot het geven van een beschikking uit titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht. Op grond van artikel 16.64, eerste lid, van de Omgevingswet, bedraagt de beslistermijn acht weken. De invoering van de Omgevingswet heeft niet alleen inhoudelijke en procedurele gevolgen, maar ook gevolgen voor het digitale proces van vergunningverlening, voor het digitale proces van het publiceren van planregels en toepasbare regels in de landelijke voorziening van het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). Vanaf 1 juli 2022 moeten alle gemeenten hierop zijn aangesloten. Het DSO moet voor zowel overheden als initiatiefnemers een overzicht gaan bieden van regels, beleid en vergunningen op een bepaalde locatie. Gebruikers kunnen straks checken of ze een vergunning of melding moeten doen. In het kader van de invoering van de Omgevingswet wordt in het eerste kwartaal 2022 een nieuwe VTH-applicatie geïmplementeerd. Het nieuwe systeem wordt aangepast aan de nieuwe procedures die de Omgevingswet en de Wkb met zich meebrengen en wordt aangesloten op het DSO.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel