Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.2

Kwaliteitseisen: wettelijke basis

Onderdeel van Pgb-beleidsregels Jeugdhulp en Wmo 2022

De medewerker van Binding geeft vooraf duidelijk de wettelijke kwaliteitseisen aan, waaraan de hulp moet voldoen, met als basis veilig, doeltreffend en cliëntgericht en afgestemd op de behoefte van de cliënt (Wmo) of ‘van goede kwaliteit (Jeugdwet). Uit jurisprudentie blijkt dat de gemeente gemachtigd is om een Pgb te weigeren wanneer de aanbieder niet de juiste kwaliteit biedt. In de wetten staan de volgende vereisten: Artikel 8.1.1. Jeugdwet: een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, indien: A. De jeugdige of zijn ouders naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat zijn tot een redelijke waardering van de belangen ter zake dan wel met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp, in staat zijn de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. B. De jeugdige of zijn ouders zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een aanbieder, niet passend achten. C. Naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouders van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is. Wmo 2015, Artikel 2.3.6: een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, indien: A. De cliënt naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat is te achten tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, in staat is te achten de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; B. De cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget wenst geleverd te krijgen; C. Naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt. Bij het beoordelen van de kwaliteit als bedoeld in het tweede lid, onder c, weegt het college mee of de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel