Bij het overlijden van de budgethouder wordt de zorgovereenkomst per direct opgezegd en vervalt het recht op besteding daarvan. Uiteraard vindt wel uitbetaling plaats van reeds geleverde zorg. Het budget blijft daartoe nog vier weken beschikbaar bij de SVB. Ter beoordeling aan Binding kan soms sprake zijn van enige overbruggingszorg.
De vraag is of sprake kan zijn van een eenmalige uitkering aan de zorgverlener na overlijden van de budgethouder. Dit is bedoeld om zorgverleners tegemoet te komen die door het overlijden zonder werk komen te zitten.
Wij sluiten voor dergelijke situaties aan op de werkwijze die bij Pgb’s vanuit de Wet langdurige zorg wordt toegepast. De zorgverlener kan dan soms een eenmalige uitkering ontvangen als:
er een geldige zorgovereenkomst is (dit kan een arbeidsovereenkomst zijn of een zorgovereenkomst van opdracht (met een freelancer/eenmanszaak/zzp-er);
er voldoende budget is;
de zorgverlener uitsluitend van dit inkomen afhankelijk is.
er toestemming is van de gemeente.
Een dergelijke uitkering is er dus niet voor zorginstellingen of zorgverleners die voor een zorginstelling werken en ook niet voor naasten/familie/mantelzorgers die met een Pgb voor een naaste zorg hebben verleend.
De uitkering is maximaal een gemiddeld maandloon. Dit is te berekenen door de gewerkte uren van de laatste drie maanden bij elkaar op te tellen en te delen door drie.
Wanneer de budgethouder overlijdt en tot aan de datum van overlijden een onevenredig deel van het budget is uitgegeven zonder gegronde reden, kan het college besluiten het teveel uitgegeven budget terug te vorderen bij de nabestaanden.
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.3
Overlijden budgethouder
Onderdeel van Pgb-beleidsregels Jeugdhulp en Wmo 2022