Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 9

Rapportageverplichtingen

Onderdeel van Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie Ommen 2022

1. De subsidieaanvrager registreert en legt verantwoording af waarbij wordt overlegd: a. een overzicht van alle peuters die in het kalenderjaar hebben deelgenomen aan een door de gemeente gesubsidieerd aanbod peuteropvang of voorschoolse educatie met opgave van de periode die zij gedurende het kalenderjaar hebben deelgenomen en indien van toepassing of zij tot de doelgroep behoren waarbij: i. voor peuteropvang per gesubsidieerde peuterplaats kopieën van bewijsstukken waaruit blijkt dat rechtmatig aanspraak wordt gemaakt op peuteropvang (ouderverklaring geen recht op toeslag + inkomensverklaring van de Belastingdienst + eventuele aanvullende bewijsstukken); ii. voor voorschoolse educatie per gesubsidieerde peuterplaats kopieën van bewijsstukken waaruit blijkt dat rechtmatig gebruik gemaakt wordt van voorschoolse educatie (indicatie van de Jeugdgezondheidszorg); iii. een opgave per gesubsidieerde peuterplaats van de werkelijk gefactureerde ouderbijdragen in het kalenderjaar. b. het totaal aantal daadwerkelijk bezette: i. peuterplaatsen peuteropvang gedurende het kalenderjaar afgeleid van de gegevens onder lid a, waarbij voor de berekening van een peuterplaats die gedurende een deel van het kalenderjaar is bezet het aantal maanden naar beneden wordt afgerond indien de peuterplaats na de 15e van de maand is bezet en/of voor de 16e van de maand is beëindigd en naar boven wordt afgerond indien de peuterplaats voor de 16e van de maand is bezet en/of na de 15e van de maand is beëindigd, waarbij vervolgens voor de bepaling van de gerealiseerde peuterplaats de volgende formule wordt gehanteerd: A (= het aantal maanden dat de peuterplaats is bezet) : 12 = B (= het de omvang van een peuterplaats die een gedeelte van het kalenderjaar is bezet afgerond op 2 decimalen achter de komma) 1; ii. peuterplaatsen voorschoolse educatie, waarbij voor de berekening uitgaat van het totale wettelijke aanbod van 960 uur over anderhalf jaar; c. de in het kalenderjaar gefactureerde ouderbijdragen voor peuterplaatsen peuteropvang en voorschoolse educatie per peuterplaats afgeleid van lid a; d. de uitvoering van de ontwikkelingsgerichte programma’s en VVE-programma’s zoals bedoeld in artikel 1 lid 8; e. de wijze de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verplichtingen in lid 1 tot en met 7 van artikel 3. 2. Het college van burgemeester en wethouders kan formulieren vaststellen voor het indienen van de verantwoordingsgegevens. 3. Burgemeester en Wethouders kunnen nadere gegevens opvragen om de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie volgens de opgelegde verplichtingen te controleren. 4. Wanneer een controleverklaring van een onafhankelijke accountant vereist is bij het verzoek tot vaststelling van de subsidie kan dat als verplichting bij de subsidieverlening worden opgenomen. 5. De aanvrager registreert en legt verantwoording af, waarbij wordt overlegd: a. Het aantal VE-peuters op 1 januari in een voorziening voor kinderdagopvang van de aanvrager; b. De datum waarop de HBO’er met de begeleiding van VE-peuters is gestart; c. Een beknopt verslag van de activiteiten van de HBO’er in de VE in het betreffende jaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel