Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.2

Artikel 5.2.3

Schonen watergangen

Onderdeel van Beheerplan watergangen 2022-2026

Om te voorkomen dat er teveel plantengroei is in watergangen moeten de watergangen periodiek worden geschoond (maaien en verwijderen van overtollige plantengroei). Niet-primaire watergangen moeten worden geschoond door de aanliggende perceeleigenaren. Wanneer binnen een watergang meerdere aanliggende eigenaren onderhoudsplichtig zijn, hoeven zij het schonen van de watergang niet zoals bij baggeren gezamenlijk en tegelijkertijd uit te voeren. De gemeente schoont naast het deel van de watergangen waarvoor zij onderhoudsplichtig is ook de particuliere delen en voert al het maaisel op eigen kosten af. Dit betekent dat jaarlijks circa 56,5 kilometer watergang voor rekening van de gemeente moet worden geschoond. Voor watergangen waar de gemeente haar onderhoudsplicht deelt met andere onderhoudsplichtigen kunnen deze laatsten de gemeente vragen ook het maai- en slootwerk in hun deel van de watergang uit te voeren, mits tegen betaling vooraf en mits hiervoor geen ander materieel hoeft te worden ingezet. De werkzaamheden worden gecombineerd uitgevoerd met het maaien van de naastgelegen bermen en slootkanten. Deze werkzaamheden worden gezamenlijk aanbesteed, in één contract met een aannemer. De gecombineerde kosten worden als één bedrag geraamd op de exploitatie begroting, een verdeling naar water, groen of riolering wordt niet gemaakt. Zowel in het stedelijk gebied als in het buitengebied voert de gemeente het maaisel af naar een verwerker/vergister. De jaarlijks benodigde budgetten zijn voor de betreffende gemeentelijke, niet-primaire watergangen als volgt ingeschat: Schonen: €12.000,- Afvoeren van vrijkomend maaisel: €10.000,- Deze bedragen kunnen fluctueren, het ene jaar komt er meer maaisel vrij dan in het andere jaar. Om die reden zijn de genoemde bedragen een inschatting.

Rechtspraak bij dit artikel