• - Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 100.000,-, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college:
    • - bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten;
    • - bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 april in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 13 weken na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend;
    • - in afwijking van het bepaalde in sub b, bij een jaarlijks verstrekte subsidie aan instellingen die onderwijsactiviteiten verzorgen, uiterlijk vóór 1 november na afsluiting van het schooljaar waarin deze activiteiten worden uitgevoerd.
  • - De aanvraag tot vaststelling bevat:
    • - een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en in hoeverre de doelstellingen zijn behaald;
    • - een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden baten en lasten (financieel verslag of jaarrekening);
    • - een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop;
    • - een accountantsverklaring.
  • - Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan de, in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overlegd.