**1..** De secretaris heeft een algemeen mandaat tot het nemen van alle beslissingen die gedeputeerde staten onderscheidenlijk de commissaris van de Koning kunnen nemen tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet als bedoeld in artikel 10:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht of tenzij bij of krachtens wettelijk voorschrift anders is bepaald; bij of krachtens dit besluit anders is bepaald of gedeputeerde staten of de commissaris van de Koning in het algemeen of voor een bepaald geval anders bepalen of het mandaat intrekken
**2..** De secretaris heeft geen algemeen mandaat inzake de uitvoering van de taken van de commissaris van de Koning die zijn geregeld in diens ambtsinstructie.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.4
Artikel 14