**1..** Het algemene mandaat van de secretaris geldt niet voor:
het vaststellen van nieuw beleid of wijzigen van bestaand beleid;
het vaststellen van stukken die van gedeputeerde staten of van de commissaris van de Koning uitgaan en aan provinciale staten of aan een statencommissie zijn gericht;
het doen van uitingen, gericht tot andere bestuursorganen, tenzij ter uitvoering van een wettelijke taak en in overeenstemming met bij het betrokken orgaan bekend beleid of met geheel bij de wettelijke regeling of jurisprudentie bepaald beleid;
het beslissen op bezwaarschriften;
besluiten om namens de provincie, provinciale staten of gedeputeerde staten rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te gaan voeren;
besluiten om met personeelsleden in de functie van concerncontroller of functionaris gegevensbescherming een arbeidsovereenkomst aan te gaan, of hen te schorsen of te ontslaan;
vervallen
het aangaan van verplichtingen in strijd met de programmabegroting, bedoeld in de Financiële verordening provincie Utrecht;
het uitzetten van provinciale tegoeden voor bedragen vanaf € 10 miljoen per uitzetting, voorzover het uitzettingen betreft anders dan uitzettingen bij de Schatkist van het Ministerie van Financiën;
het toekennen van structurele pensionkostenvergoedingen aan medewerkers in het kader van woon-werkverkeer.
**2..** De uitzonderingen, bedoeld in het eerste lid, onder b en c, zijn niet van toepassing indien het uitvoering betreft van een eenduidig besluit van provinciale staten, gedeputeerde staten of de commissaris van de Koning.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.4
Artikel 15