Naar hoofdinhoud
1.. De afstand tussen het hart van de inzamelvoorziening en de voorgevel van een gebouw dient tenminste 6 meter te zijn. 2.. De afstand tussen de inzamelvoorziening en een blinde zijgevel van een gebouw dient tenminste 3 meter te zijn, tenzij dat door de fysieke omstandigheden ter plekke niet mogelijk is; in dat geval geldt een minimale afstand van 1 meter. 3.. Tussen de inzamelvoorziening en de groenvoorziening moet een strook van 60 cm verharding worden aangebracht. 4.. Het rijden over de inzamelvoorziening door motorvoertuigen dient voorkomen te worden door middel van een belemmering. 5.. Binnen een straal van 1 meter van de inzamelvoorziening mag geen gelegenheid zijn tot het parkeren van motorvoertuigen of andere voertuigen die een belemmering kunnen vormen voor het legen van de inzamelvoorzieningen. 6.. Bij de bepaling van geschikte containerlocaties wordt het opofferen van parkeerplaatsen zoveel mogelijk voorkomen. 7.. Er mogen geen hoge objecten zoals bomen, lichtmasten en dergelijke aanwezig zijn die een belemmering kunnen vormen voor het legen van de inzamelvoorzieningen. 8.. Bij plaatsing van containers worden bomen en groen ontzien. 9.. Voor bomen geldt dat er niet gegraven mag worden binnen de kroonprojectie met daarbij een minimale graafafstand vanaf de stam van 2,5 m. Hiermee wordt onherstelbare schade voorkomen en kunnen we ook in de toekomst voldoende stabiliteit voor de boom garanderen.

Rechtspraak bij dit artikel