Naar hoofdinhoud
1.. De inzamelvoorziening moet zodanig gelegen zijn dat het inzamelvoertuig altijd in voorwaartse richting kan aan- en wegrijden (bij een doodlopende weg moet het eind zijn voorzien van een draaipunt ten behoeve van het inzamelvoertuig). 2.. De inzamelvoorziening dient niet in een scherpe of onoverzichtelijke bocht geplaatst te worden. 3.. De inzamelvoorziening is niet op of direct bij een kruising gelegen. De situatie dient in ieder geval verkeersveilig te zijn. 4.. De inzamelvoorziening moet zodanig gelegen zijn dat het inzamelvoertuig niet over geparkeerde wagens kraant. 5.. De afstand van de zijkant van het inzamelvoertuig tot het hart van de container mag maximaal 5 meter zijn.

Rechtspraak bij dit artikel