Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 2

Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

Onderdeel van Bomenverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2022

1.. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een boom of een houtopstand te vellen of te doen vellen. Dit verbod geldt voor: alle bomen en houtopstanden binnen de bebouwingscontour houtkap; alle bomen en houtopstanden op erven en in tuinen buiten de bebouwingscontour houtkap; fruitbomen en struiken die niet specifiek voor het oogsten van fruit, noten of vruchten worden geteeld; boomrijen van 20 of minder bomen buiten de bebouwingscontour houtkap; houtopstanden van minder dan 10 are buiten erven en tuinen buiten de bebouwingscontour houtkap; en, knotpopulieren en knotwilgen buiten de bebouwingscontour houtkap. boom of houtopstand die op basis van artikel 7 lid 1 of Artikel 8 lid 1 is geplant. 2. . Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: bomen en houtopstanden die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 11 van deze verordening; het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud; populieren, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtig biomassa, indien zij tenminste eens per 10 jaar worden geoogst, bestaan uit minstenstienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter en zijn aangelegd na 1 januari 2013; het vellen van een dode boom / houtopstand of het dunnen van houtopstand op voorwaarde dat het bevoegd gezag ten minste vier weken voor het vellen / dunnen daarvan schriftelijk hierover is geïnformeerd onder opgave van relevante informatie zoals - maar niet uitsluitend - de precieze locatie van de desbetreffende boom / houtopstand en stamdikte; 3. . Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor bomen en houtopstanden buiten de bebouwingscontour houtkap indien het betreft: bomen en struiken die specifiek voor het oogsten van fruit, noten of vruchten worden geteeld; houtopstanden die windschermen om boomgaarden vormen; naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; kweekgoed; uit niet geknotte populieren of wilgen bestaande: wegbeplantingen; beplantingen langs waterwegen; en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden. houtopstanden die een grotere oppervlakte grond beslaan dan 10 are, of bestaan uit een rijbeplanting van meer dan 20 bomen, gerekend over het totaal aantal rijen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel