In deze verordening wordt verstaan onder:
bebouwingscontour houtkap: als bedoeld in artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarbinnen de regels over houtopstanden van afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving niet van toepassing zijn (voorheen: bebouwde kom zoals bedoeld in artikel 4.1 sub a van de Wet natuurbescherming);
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit op een aanvraag om omgevingsvergunning zoals bedoeld in de Omgevingswet;
bomen effect analyse: een beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een boom of houtopstand op basis van landelijke richtlijnen zoals die door de Bomenstichting en CROW, onafhankelijk kenniscentrum voor infrastructuur, openbare ruimte en verkeer en vervoer, zijn opgesteld;
boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsstamomtrek van minimaal 63 centimeter (stamdiameter 20 cm) op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste stam. In het kader van een herplant - of instandhoudingsplicht als bedoeld in de artikelen 7 en 8, kunnen voorschriften gesteld en maatregelen genomen worden voor bomen kleiner dan een stamomtrek van 63 centimeter (stamdiameter 20 cm) op 1,3 meter boven het maaiveld;
boomwaarde: de monetaire waarde van een boom, zoals getaxeerd volgens de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen en houtige gewassen (NVTB);
bijzondere boom: Boom van minimaal 50 jaar oud (of minimaal 50 cm stamdoorsnede op 1,3 m boven maaiveld) die bovengemiddeld voldoet aan waarden (natuurwaarde, milieuwaarden, cultuurhistorische waarden, waarden voor dorpsschoon en waarden voor leefbaarheid). In ieder geval behoren de bomen uit het register van monumentale bomen van de Bomenstichting hiertoe;
dunning: velling in bossen en tuinen met een boskarakter, welke uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd;
erf: een perceel of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen om een gebouw (een woning of bedrijf) en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw. In het geval van een toegangsweg naar het gebouw is deze geen onderdeel van het erf;
herplantboom: een boom die geplant wordt ter uitvoering van een herplantplicht zoals bedoeld in deze verordening;
herplantfonds: door de gemeente beheerd fonds waarin financiële compensatie voor herplant wordt gestort. De middelen in het fonds worden uitsluitend gebruikt voor herplant;
herplantplicht: de verplichting om, ter vervanging van een gevelde of anderszins verwijderde boom een nieuwe boom te planten die voldoet aan de door het bevoegd gezag gestelde eisen ten aanzien van soort, maatvoering, plantlocatie en aanplantperiode;
houtopstand: zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend;
boomvormer: een houtachtig gewas met één of meer houttakken. Het houtachtige gewas kan uitgroeien tot een boom met één of meer stammen;
griend: bos, meestal met een moerasachtige ondergrond, met aanplanten van wilg of es, waarbij het hout dat op laag afgezette stobben groeit een keer per jaar of meerdere jaren wordt geoogst;
hakhout: één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;
heg: een lintvormige aanplant van heesters of struiken, al dan niet in een vorm gesnoeid, met een minimale lengte van 3 meter;
houtwal: lijnvormige bosaanplant, hoofdzakelijk bestaande uit inheemse heesters, struiken en boomvormers;
hoofdgroenstructuur: groene structuren die als zodanig door de raad zijn vastgesteld en een verbindende functie hebben en als vlak of lijn aangewezen zijn, waarbinnen bomen of houtopstanden staan met een hoog beschermingsniveau;
kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van een boom of houtopstand;
kandelaberen: het tot op de hoofdtakken inkorten van een boom;
knotten: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen;
noodkap: bevoegdheid van de burgemeester tot het kappen van een boom die in een zodanige staat verkeert dat daardoor direct gevaar voor personen of goederen ontstaat;
omgevingsboom: een boom met waarde voor de woon- of leefkwaliteit, die geen onderdeel is van de hoofdgroenstructuur en geen herplantboom of bijzondere boom is;
onrechtmatige hinder: Onrechtmatige hinder is een vorm van schade of overlast die iemand veroorzaakt aan een ander, op een manier die volgens het recht als onaanvaardbaar wordt beschouwd, en daarmee in strijd is met het bepaalde in artikel 5:37 van het Burgerlijk Wetboek of de algemene regels van onrechtmatige daad (art. 6:162 BW);
tuin: omheind of afgeperkt stuk grond, aangrenzend aan een (woon)huis en dat is ingericht ten behoeve van het woongenot;
vellen: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20 procent van de levende kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de boom of houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Bomenverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2022