Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 4.8.1.

Plichten vergunninghouder

Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen gemeente Meierijstad

De activiteiten van de vergunninghouder mogen geen gevaar opleveren voor omwonenden en het verkeer. Door het aanvaarden van een vergunning vrijwaart de vergunninghouder de gemeente van iedere aansprakelijkheid jegens derden, wegens aan hen toegebracht letsel of schade. Eventuele nadere aanwijzingen van de politie, gegeven in het belang van de openbare orde of ten behoeve van het (voetgangers)verkeer, en/of van ander betrokken gemeentelijke instanties vanuit hun taaksector, dienen stipt en onmiddellijk te worden opgevolgd. De vergunninghouder is verplicht zijn/haar vergunning op eerste verzoek van een toezichthoudend ambtenaar, belast met de zorg voor de naleving van de voorschriften, ter inzage af te geven. Vergunninghouder verklaart er mee bekend te zijn, dat overige wet- en regelgeving, zoals o.a. de Drank- en Horecawet, de Omgevingswet, het Bouwbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer en de APV onverminderd van kracht blijven. Gebruiker kan aan deze overeenkomst geen rechten ontlenen met betrekking tot het verkrijgen van eventueel op grond van die regelgeving vereiste vergunningen of ontheffingen. De vergunninghouder is verplicht er zorg voor te dragen dat de verkoopinrichting en onmiddellijke omgeving daarvan schoon wordt gehouden. Indien etenswaren worden verkocht die ook ter plaatse kunnen worden genuttigd dient vergunninghouder bij de verkoopinrichting tenminste één afvalemmer te plaatsen en gebruiksklaar te houden. Na afloop van de standplaatsactiviteiten dient de directe omgeving door vergunninghouder schoon te worden opgeleverd. Indien dit niet gebeurt, zal de gemeente dit doen op kosten van de vergunninghouder. Schade aan gemeente-eigendommen als gevolg van het gebruik van de vergunning worden op kosten van de vergunninghouder hersteld. De vergunninghouder dient de verkoopinrichting in overeenstemming te brengen met eventuele nadere eisen welke door of namens het college van burgemeester en wethouders worden gesteld met betrekking tot de omvang, constructie en het uiterlijk.

Rechtspraak bij dit artikel