Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 4.8.2.

Verboden vergunninghouder

Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen gemeente Meierijstad

Het is de vergunninghouder verboden: Buiten de standplaats goederen aanwezig te hebben of diensten aan te bieden. Op de standplaats buiten een gesloten en niet voor publiek toegankelijke inrichting etenswaren te frituren, of anderszins activiteiten te verrichten die gevaar op kunnen leveren voor persoon of goed. De standplaats te exploiteren in strijd met belangen van het handhaven van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en de verkeersvrijheid of –veiligheid. De standplaats onder te verhuren of op andere wijze geheel of gedeeltelijk aan derden in gebruik te geven. In de verkoopinrichting en/of op de standplaats aan publiek goederen, producten en/of diensten aan te bieden, te verkopen, te verstrekken of te verhuren, anders dan in deze vergunning worden vermeld. Zonder een door of namens het college van burgemeester en wethouders verleende schriftelijke toestemming gebruik te maken van een stroomaggregaat ten behoeve van het verkrijgen van elektriciteit. Deze toestemming wordt in ieder geval niet verleend als bij de standplaats een elektriciteitsvoorziening aanwezig is. Zonder een door of namens het college van burgemeester en wethouders verleende schriftelijke toestemming veranderingen in de standplaats aan te brengen, waaronder in ieder geval begrepen het slaan van palen en pennen. De standplaats te exploiteren als de gemeente over de standplaats dient te beschikken, voor werken van openbaar nut, of als de standplaats voor vergunde evenementen- of andere activiteiten dient te worden gebruikt. De vergunninghouder zal hierover tijdig vooraf worden geïnformeerd. Het college kan dan besluiten tot aanwijzing van een andere, tijdelijke, standplaats. Indien aanwijzing van een vervangende standplaats niet mogelijk is en gebruiker als gevolg van genoemde omstandigheden gedurende een periode langer dan een week geen gebruik van het gehuurde kan maken, wordt hiermee bij de berekening van de marktgelden rekening gehouden.

Rechtspraak bij dit artikel