Onverminderd het bepaalde in artikel 4.5 vindt in beginsel geen Bibob-toets plaats in geval van:
Vastgoedtransacties van de gemeente Best met een bedrijf, instelling of organisatie die in overwegende mate, dat wil zeggen in beginsel voor twee derde of meer, door publiek geld is gefinancierd (het financiële vereiste) en waarbij de inhoudelijke criteria voor het verstrekken van geldelijke uitkeringen of voorzieningen in beslissende mate wordt bepaald door de overheid (het inhoudelijke vereiste); bedoeld zijn hier o.a. woningbouwcorporaties;
Rechtspersonen met een overheidstaak en terrein beherende organisaties (zoals bijvoorbeeld Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en Brabants Landschap);
Toegelaten instellingen, zoals bedoeld in de Zorgverzekeringswet;
Meerdere vastgoedtransacties met een derde binnen een aaneengesloten periode van 12 maanden of binnen één project, mits de wederpartij (betrokkene) aantoont of genoegzaam aannemelijk maakt dat min of meer sprake is van gelijke omstandigheden met betrekking tot de bedrijfsstructuur, financieringsconstructie en/of wijze van financiering, zakelijke partners en dergelijke als ten tijde van de vastgoedtransactie waarbij dit Bibob-onderzoek wel heeft plaatsgevonden.
Verhuur van onroerende zaken voor educatieve, maatschappelijke en culturele doeleinden;
De risicocategorieën kunnen, afhankelijk van de lokale situatie, of indien nieuwe ontwikkelingen dit noodzakelijk maken, door middel van een beleidswijziging door het College worden aangepast. Met het oog op het rechtszekerheidsbeginsel zal het College wijzigingen via een gepubliceerd besluit kenbaar maken.
In de omstandigheid dat de gemeente een onroerende zaak aankoopt, kan de gemeente – in afwijking van 4.4 – ervoor kiezen een onderzoek in het kader van de Wet Bibob achterwege te laten.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.6
Uitzonderingen Bibob-onderzoek
Onderdeel van Beleidsregel “Bibob Vastgoedtransacties gemeente Best 2022”