Zelfredzaamheid is het in staat zijn tot het (uit)voeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) en een gestructureerd huishouden (artikel 1.1.1 van de wet).
Onder ADL vallen de handelingen die mensen dagelijks in het gewone leven verrichten. Ook het bieden van structuur bij de persoonlijke verzorging valt hieronder. Voorbeelden van ADL-taken in het kader van de zelfredzaamheid van een inwoner zijn:
in en uit bed komen;
aan‐ en uitkleden;
bewegen;
lopen;
gaan zitten en weer opstaan;
lichamelijke hygiëne (wassen of douchen);
toiletbezoek;
eten/drinken;
medicijnen innemen;
ontspanning;
sociaal contact.
En met een gestructureerd huishouden wordt bedoeld:
het schoon en op orde houden van het huishouden;
het kunnen beschikken over schoon beddengoed en schone kleding.
Ondersteuning bij het voeren van een gestructureerd huishouden kan daarnaast bijvoorbeeld bestaan uit (TK 2013-2014, 33 841, nr. 3, p. 26):
hulp bij contacten met officiële instanties;
hulp bij het aanbrengen van structuur in het huishouden;
hulp bij het leren om zelfstandig te wonen;
hulp bij het omgaan met onverwachte gebeurtenissen die de dagelijkse structuur doorbreken of;
hulp bij het omgaan met geld.
Artikel 1.2.1. Zelfredzaamheid
Artikel 1.2.1. Zelfredzaamheid
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2022