1. Op grond van deze regeling kunnen burgemeester en wethouders een subsidie
verstrekken voor:
a. de aanleg van groene daken;
b. het installeren van regenwatervoorzieningen, het aanbrengen van waterpasserende, en waterdoorlatende verharding indien dit bestaande gesloten verharding vervangt en de aanleg van infiltratieobjecten;
c. het onttegelen en vergroenen van tuinen;
d. Het (op eigen terrein) aanplanten van bomen;
e. Het wit maken van een bestaand plat dak;
f. Aanleggen van een (ondergronds) waterreservoir zoals regentonnen en waterschutting of infiltratie-unit.
2. Tevens kunnen burgemeester en wethouders een subsidie verstrekken voor maatregelen die niet in lid 1 van dit artikel zijn benoemd, maar wel gelijkwaardig zijn en/of voldoen aan het gedachtegoed van deze subsidieregeling.