Het begrip ‘ingrepen aan daken’ wordt als verzamelnaam gehanteerd voor wijzigingen aan een dak. Kort gezegd gaat het om ingrepen die leiden tot een wijziging van het bouwvolume van een dak. Bij vergunningplichtige dakwijzigingen wordt onderscheid gemaakt tussen drie categorieën:
- - Dakkapellen
- - Dakopbouwen
- - Dakterrassen
aDakkapellen
Een dakkapel is een bescheiden uitbouw in de kap, bedoeld om de lichttoetreding te verbeteren en het bruikbare (woon)oppervlak te vergroten. Dakkapellen die zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte zijn ze bepalend voor het straatbeeld. Onderstaand zijn de criteria vermeld voor plaatsing aan de zichtbare zijde.
a1 Dakkapellen aan de voorzijde - in het voordakvlak of in het zijdakvlak gericht naar openbaar gebied
Dakkapellen dienen een ondergeschikte toevoeging te zijn aan een dakvlak en het silhouet van het dak niet te domineren.
Algemeen
- - Met voorzijde wordt bedoeld op het voordakvlak of het naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde dakvlak.
- - De dakkapel is een ondergeschikte toevoeging aan het hoofd- of bijgebouw.
Plaatsing
- - Afgestemd op de architectuur van de gevel.
- - Bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok liggen de dakkapellen op één horizontale lijn.
- - Dakkapellen worden niet bovenelkaar geplaatst.
- - Onderkant meer dan 0,5 m en nietmeer dan 1m boven de zoldervloer.
- - Bovenkant meer dan 0,5 m onder de daknok.
- - Zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het eigendakvlak, bij hoekkepers gemetenvanaf het hoogste puntvan de dakkapel, tenzijsprake is van één gekoppelde dakkapel over twee woningen.
- - Mansardekap (geknikt dakvlak): niet geplaatst in het bovenste dakvlak.
- - Dwarskap: afstand tot de voorgevel meer dan 1 m.
- - Bij een bouwwerk met een bestaande borstwering dient de onderdorpel van het dakkapelkozijnaan te sluiten op het schuine dakvlaken dient de goot doorte lopen.
Maatvoering
- - Bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok: gelijke hoogteen breed.
- - De hoogte van de dakkapel is maximaal 1,8 m.
- - De breedte is maximaal 50% van de breedtevan het dakvlak. Deze breedte wordt gemetentussen eindgevels of woningscheidende bouwmuren (bij hoek- of kilkepers respectievelijk te metenaan boven- of onderzijde van de dakkapel.
Vormgeving
- - De dakkapel is platafgedekt of aangekapt mits de aankapping 0,5 m onder de nok aanvangt.
- - Onder glasvlak(ken) bevinden zich geen dichtepanelen of borstwering.
- - De detaillering is binneneenzelfde rij of bouwblok identiek, overeenkomstig de trendsetter (indien aanwezig).
Materiaal en kleur
- - Kozijnen en boeiboorden (gebroken) wit of afgestemd op het hoofdgebouw.
a2 Dakkapellen aan de achterzijde - in het achterdakvlak of zijdakvlak gericht naar niet-openbaar gebied Hier wordt ruimte geboden aan dakkapellen die dichter dan 0,5 m onder de nok aansluiten op het dakvlak alsmede aan dakkapellen met een schuine afdekking.
Algemeen
- - Met voorzijde wordt bedoeld op het voordakvlak of het naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde dakvlak.
- - De dakkapel is een ondergeschikte toevoeging aan het hoofd- of bijgebouw.
Plaatsing
- - Bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok is sprake van een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn.
- - Onderkant meer dan 0,5 m en nietmeer dan 1 m bovende zoldervloer.
- - De dakkapel blijft onder de nok en er blijft minimaal 0,5 m dakvlak ter weerszijden van de dakkapel over, ook ten opzichte van hoek- en kilkepers, en bij eindsituaties een afstand van minimaal 0,5 m totde zijkant van het dakvlak.
- - Bij een bouwwerk met een bestaande borstwering dient de onderdorpel van het dakkapelkozijnaan te sluiten op het schuine dakvlaken dient de goot doorte lopen.
Maatvoering
- - De hoogte van de dakkapel is maximaal 1,8 m.
- - Bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok: gelijke hoogteen breedte.
Vormgeving
- - De dakkapel is platafgedekt of aangekapt .
- - Onder glasvlak(ken) bevinden zich geen dichtepanelen of borstwering.
Materiaal en kleur
- - Kleur en materiaal is afgestemd op hoofdgebouw.
bDakopbouwen
Een dakopbouw is een uitbouw waarbij de gevels worden opgetrokken en de goot hoger dan voorheen wordt aangebracht. De dakopbouw is bedoeld om het bruikbare woonoppervlak structureel te vergroten.
Dakopbouwen die zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte zijn bepalend voor het straatbeeld. Ze kunnen voorkomen op plat en schuin afgedekte woningen.
b1 Dakopbouwen op plat afgedekte woningen
Algemeen
- - Een type per dak.
Plaatsing
- - Op de bestaande voor-en of achtergevel voor zoverniet strijdig met het bestemmingsplan.
- - Wanneer niet geplaatst op bestaande voor- en/ofachtergevel minimaal 1 m daarachter.
Maatvoering
- - Conform de bepalingen van het ter plaatsegeldende bestemmingsplan.
Vormgeving
- - Voorzien van een plat dak.
Materiaal en kleur
- - Indien in het bestaande gevelvlak: overeenkomstig het hoofdgebouw.
- - Indien achterliggend dan in lichtere materiaalsoorten als het hoofdgebouw, bv hout of glas.
b2 Dakopbouwen op schuin afgedekte woningen
Algemeen
- - Eén per dakvlak.
Plaatsing
- - Onderkant meer dan 0,5 m en niet meer dan 1 m boven de zoldervloer.
Maatvoering
- - Diepte maximaal halve dieptevan de woning.
Noklijn dakopbouw maximaal 1,25 m boven de oorspronkelijke noklijn.
Vormgeving
- - Dakhelling overeenkomstig het hoofdgebouw.
- - Noklijn evenwijdig aan oorspronkelijke noklijn.
- - Zijwangen verticaal en ondoorzichtig.
Materiaal en kleur
- - Overeenkomstig het hoofdgebouw.
cDakterrassen
In geval van zichtbaarheid vanuit de omringende bebouwing dient het dakterras te worden vormgegeven alsof het een gevel betreft.
c1 Dakterrassen
Algemeen
- - Indien toegelaten binnen de bepalingen van het ter plaatse geldende bestemmingsplan.
Plaatsing
- - De balustrade is altijdbinnen de gevellijn geplaatst en aande voorzijde van het gebouwminimaal 0,5 m teruggeplaatst t.o.v. de gevellijn.
Maatvoering
- - Hoogte van de balustrade is maximaal 1,2 m.
Vormgeving
- - Vormgeving van de opbouwis ondergeschikt aan hethoofdvolume.
- - Balustrade is uitgevoerd als hekwerk met verticale spijlen.
Materiaal en kleur
- - Kleurkeuze is terughoudend en afgestemd op het hoofdgebouw.