Naar hoofdinhoud
Politieke ambtsdragers gaan respectvol met elkaar en respectvol met ambtenaren om. Zij bejegenen elkaar, bestuurders, de griffie(r) en andere ambtenaren op correcte wijze in woord, gebaar en geschrift, binnen en buiten de raadzaal. Politieke ambtsdragers onthouden zich van waardeoordelen over personen en streven naar een debat op basis van inhoudelijke argumentatie. In het bijzonder onthouden bestuurders zich in het openbaar van negatieve uitlatingen over gemeenteambtenaren. Tijdens vergaderingen en bijeenkomsten is er respect voor de voorzitter en zijn taak om de vergaderingen te leiden. Als een punt van orde is behandeld, vindt een verdere procedurediscussie niet meer tijdens de vergadering plaats, maar op een later evaluatiemoment in de agendacommissie of het presidium. Politieke ambtsdragers houden zich tijdens vergaderingen en bijeenkomsten aan het Reglement van orde en volgen de aanwijzingen van de voorzitter op. Raadsleden en het college houden elkaar scherp in het opvolgen van dit artikel en spreken elkaar aan. Zij zijn zich bewust van hun voorbeeldfunctie naar de lokale samenleving.

Rechtspraak bij dit artikel