Bejegening van anderen via openbare (sociale) media – in welke vorm dan ook – gebeurt altijd met respect voor een ander.
Politieke ambtsdragers voeren tijdens vergaderingen en bijeenkomsten geen inhoudelijke discussie op sociale media over hetzelfde onderwerp waarover op dat moment wordt gedebatteerd.
Tevens wordt er tijdens vergaderingen via openbare sociale media geen kritiek geuit op het functioneren van de voorzitter van de vergadering of op collega raadsleden, burgerleden, wethouders of de burgemeester.
Gebruik van (sociale) media tijdens vergaderingen (filmen, fotograferen of het doen van uitlatingen) mag niet leiden tot verstoringen van de vergadering.
Toelichting:
De manier waarop raadsleden en collegeleden met elkaar omgaan en zich ten opzichte van ambtenaren gedragen, is van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek. Vandaar dat in artikel 16 belangrijke uitgangspunten zijn opgenomen over de omgangsvormen. Sociale media hebben hier ook invloed op. Daarom zijn in artikel 17 de regels rondom het gebruik van sociale media verwoord.
Hoofdstuk 6
Artikel 17