Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2:

Artikel 2.12

Niet-nakoming van verplichtingen, boetebepaling

Onderdeel van Algemene verkoopvoorwaarden maart 2022 gemeente Assen

Indien Koper of diens rechtsopvolger in de gerechtigdheid tot de Onroerende zaak toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van enige verplichting voortvloeiende uit de Koopovereenkomst en/of de AVV maart 2022, dan wel indien hij handelt in strijd met een daarin opgenomen verbod, verbeurt hij, althans verbeuren diens eventuele rechtsopvolgers, aan de Gemeente een onmiddellijk opeisbare boete van tien procent (10%) van de koopsom die Koper krachtens de Koopovereenkomst is verschuldigd, zulks met een minimum van vijfhonderd euro (€ 500,00), te vermeerderen met een bedrag ter grootte van 0,25% van diezelfde koopsom voor iedere dag of een gedeelte daarvan, zulks met een maximum van negentig (90) dagen, gedurende welke het verzuim c.q. de overtreding van Koper of diens rechtsopvolger voortduurt. Het hiervoor in dit artikel achter a. vermelde is niet van toepassing indien Koper reeds op grond van enige andere bepaling van de Koopovereenkomst en/of de AVV maart 2022 aan de Gemeente een specifieke boete is verschuldigd in verband met diens verzuim of overtreding. In dat geval is Koper die specifieke boete verschuldigd. Mocht de betreffende specifieke boetebepaling om welke reden dan ook geen werking hebben, dan is Koper alsnog de hiervoor achter a. vermelde boete aan de Gemeente verschuldigd. Het hiervoor in dit artikel vermelde laat onverlet het recht van de Gemeente om: naast de hiervoor sub a. en b. genoemde boetes nakoming van de Koopovereenkomst en de AVV maart 2022 te vorderen en/of: in plaats van de sub a. en b. genoemde boetes vergoeding te vorderen van de schade die zij door het tekortschieten c.q. de overtreding van Koper lijdt. De in deze AVV maart 2022 en in de Koopovereenkomst vastgestelde boetebedragen zullen jaarlijks worden geïndexeerd conform het verloop van de consumentenprijsindex (reeks alle huishoudens), op basis van 2015 = 100 , zoals gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek te Den Haag. De jaarlijkse indexering zal nimmer meer bedragen dan twee procent (2%). Indien het Centraal Bureau voor de Statistiek de bekendmaking van het genoemde prijsindexcijfer staakt, of de basis van de berekening ervan wijzigt, zal een zoveel mogelijk daarmee vergelijkbaar indexcijfer worden gehanteerd.

Rechtspraak bij dit artikel