Het nieuwe landgoed heeft een oppervlakte van minimaal 10 hectare, met dien verstande dat:
het landbouwgrond betreft die nog niet onder de Natuurschoonwet valt;
de oppervlakte van een voormalig agrarisch bouwperceel niet wordt meegerekend bij de bepaling van de oppervlakte van het nieuwe landgoed;
Bij de realisatie van een landgoed met een minimale oppervlakte van 10 hectare wordt één landhuis toegestaan, waarbij de inhoudsmaat minimaal 1.000 m3 en maximaal 2.000 m3 mag bedragen.
Bij de realisatie van een landgoed met een minimale oppervlakte van 15 hectare wordt een extra woning toegestaan, waarbij de inhoudsmaat maximaal 750 m3 mag bedragen.
De architectuur van de nieuwe bebouwing dient aan te sluiten bij de allure van het landgoed en voorafgaand aan de ter inzagelegging van het omgevingsplan akkoord te zijn bevonden door de stadsbouwmeester van Het Oversticht;
Tenminste 30% van het landgoed bestaat uit nieuwe natuur;
Tenminste 90% van het landgoed is openbaar toegankelijk, met dien verstande dat het nieuwe landgoed aangesloten dient te zijn op een bestaande recreatieve routestructuur;
Het nieuwe landgoed moet een aaneengesloten, samenhangend geheel vormen en van toegevoegde waarde zijn voor het gebied, bij voorkeur passend in het Landschapsontwikkelingsplan (LOP);
Het nieuwe landgoed moet voldoen aan de voorwaarden van rangschikking onder de Natuurschoonwet;
Bestaande, niet-functionele bebouwing moet worden gesloopt, met uitzondering van:
karakteristieke, monumentale en cultuurhistorisch waardevolle bebouwing;
uitzonderingssituaties, waarbij aantoonbaar sprake moeten zijn van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit;
Initiatiefnemer dient een ruimtelijk kwaliteitsplan aan te leveren, waaruit een aantoonbaar evenwicht blijkt tussen ontwikkelingsruimte en kwaliteitsprestaties conform de provinciale Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Het aantoonbare evenwicht dient te worden aangetoond middels een berekening op basis van taxatierapporten die zijn opgesteld door een ter zake kundig taxateur;
De ontwikkeling van een landgoed mag geen onevenredige aantasting van agrarische en/of andere belangen in de omgeving veroorzaken, zoals belemmering van de bedrijfsmatige activiteiten van een bedrijf in de omgeving;
Initiatiefnemer dient een beheerplan aan te leveren waarin wordt aangetoond dat het beheer voor de lange termijn (30 jaar) gegarandeerd is;
In een privaatrechtelijke overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente worden afspraken over de uitvoering, beheer, openstelling en duurzame instandhouding gewaarborgd.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.5
Nieuwe landgoederen
Onderdeel van Beleidsnotitie Buitengebied met ruimtelijke kwaliteit