**1..** De hoogte van het aflossingsbedrag voor de belanghebbende met inkomen op bijstandsniveau wordt vastgesteld op:
indien het een geldlening betreft: 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm (inclusief vakantietoeslag);
indien het een andere vordering betreft: 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm (inclusief vakantietoeslag), rekening houdend met de beslagvrije voet.
**2..** In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan met een betalingsvoorstel van de debiteur worden ingestemd voor zover daarmee de vordering binnen een periode van 36 maanden in zijn geheel kan worden afgelost en de voorgestelde aflossing tenminste € 25,00 per maand bedraagt.
**3..** In geval van beslaglegging door een derde (dat wil zeggen een andere schuldeiser dan het college), kan de aflossingsverplichting door de bovengenoemde leden voor alle vorderingen worden bepaald op de volledige beslagruimte zoals aangegeven in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Hoofdstuk 3:
Artikel 11
Vaststelling van de hoogte van de maandelijkse aflossing bij belanghebbende met een uitkering
Onderdeel van Beleidsregels terugvorderen uitkeringen Opsterland 2022