Lid 1
Het college gaat bij het bepalen van de tegemoetkoming uit van het uurtarief van de betreffende kinderopvangorganisatie met een maximum van het maximale uurtarief van het betreffende jaar waarover een ouder kinderopvangtoeslag kan ontvangen.
Lid 2
De draagkrachtregels, zoals geldend bij een aanvraag individuele bijzondere bijstand, zijn van toepassing.
Lid 3
In afwijking van artikel 1 lid 1, onder sub h en i van de beleidsregels Bijzondere Bijstand Kempengemeenten 2022, wordt bij een aanvraag op grond van een Sociaal Medische Indicatie het draagkrachtinkomen gesteld op tweemaal de van toepassing zijnde norm bedoeld in artikel 21 van de Participatiewet en het draagkrachtvermogen gesteld op tweemaal de van toepassing zijnde vermogensgrens bedoeld in artikel 34 lid 3 van de Participatiewet.
Lid 4
Wanneer het draagkrachtinkomen de norm van tweemaal de van toepassing zijnde norm bedoeld in artikel 21 van de Participatiewet overstijgt, wordt een bedrag dat gelijk is aan 100% van dit inkomen gezien als draagkracht.
Lid 5
De tegemoetkoming op grond van een Sociaal Medische Indicatie tot aan het draagkrachtinkomen en draagkrachtvermogen uit lid 3 betreft 100% van de gemaakte kosten met in achtneming van het maximum uit lid 1.
De tegemoetkoming op grond van een Sociaal Medische Indicatie boven het draagkrachtinkomen en draagkrachtvermogen uit lid 3 is analoog aan de regeling kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst, waarbij er sprake is van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage.
Hoofdstuk 2.
Artikel 5.
Hoogte van de tegemoetkoming
Onderdeel van Beleidsregels tegemoetkoming kinderopvang SMI 2022