Het college weigert de tijdelijke tegemoetkoming in de kosten kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie in ieder geval indien:

  • - De ouder of het kind niet behoort tot de doelgroep in artikel 2 van deze beleidsregels.
  • - De ouder niet voldoet aan de voorwaarden voor tegemoetkoming zoals opgenomen in artikel 3 van deze beleidsregels.
  • - De ouder niet de inlichtingen verstrekt of medewerking verleent als bedoeld in artikel 6 van deze beleidsregels.
  • - De ouder op eigen kracht, met gebruikelijke hulp of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de hulpvraag kan wegnemen.
  • - Er een andere voorliggende (opvang)voorziening kan worden ingezet vanuit de Jeugdwet, Zorgverzekeringswet of Wet langdurige zorg. Deze wetten zijn voorliggend op SMI.
  • - Het een plaatsing bij een peuterprogramma betreft. Een plaatsing bij een peuterprogramma is een voorliggende voorziening en wordt niet bekostigd op grond van een sociaal medische indicatie.
  • - De kinderopvanglocatie wordt geëxploiteerd zonder toestemming van het college als bedoeld in artikel 1.46 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en niet is opgenomen in het LRK.
  • - De opvang wordt uitgevoerd door een gastouder zonder tussenkomst van een gastouderbureau of met tussenkomst van gastouderbureau dat niet is opgenomen in het LRK.