Afwegingskader
Rolstoelen voor het zogenaamde ‘incidenteel’ gebruik vallen niet onder alledaagse verplaatsingen. Incidenteel betekent ‘niet structureel’ en ‘weinig voorkomend’. In deze situaties verwijst de Wmo-klantmanager naar de thuiszorgwinkels. Gebruikt de cliënt de rolstoel regelmatig, dan is een verstrekking vanuit de Wmo mogelijk. De Wmo-klantmanager stelt op grond van het indicatieadvies een programma van eisen op.
De Wmo-klantmanager houdt rekening met de mantelzorger. Is deze bijvoorbeeld niet in staat de rolstoel in alle omstandigheden te duwen, dan kan een ondersteunende motorvoorziening verschaft worden.
1.Rolstoelvoorziening
Het gaat om verplaatsingen die betrokkene maakt in of direct vanuit de woning, m.a.w. hij is voor deze alledaagse verplaatsingen aangewezen op een rolstoel. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende rolstoelvoorzieningen:
handmatig voortbewogen rolstoel;
elektrisch voortbewogen rolstoel;
aanpassingen aan de rolstoel (extra onderdelen die niet standaard op een rolstoel zitten, maar wel noodzakelijk zijn voor de cliënt).
2.Grenzen aan de verstrekking
Richtlijn voor de verstrekking is de goedkoopst adequate voorziening. Wenst cliënt een “luxere” uitvoering dan komen de meerkosten voor zijn rekening.
In het geval van verhuizing van de cliënt naar Best, dan kan de gemeente de rolstoel overnemen tegen de vast te stellen restwaarde, en voor zover deze is opgenomen in het kernassortiment van de gemeente. In het omgekeerde geval kan de rolstoel ook door een andere gemeente worden overgenomen. Als een rolstoel niet wordt overgenomen, dient de gemeente een vergelijkbaar middel te leveren.
Kosten van onderhoud, keuring, verzekering en reparatie van een rolstoel worden geheel vergoed tenzij sprake is van schade door verwijtbaar gedrag van cliënt of zijn gezinsleden.
3.Sportbeoefening
Wanneer het voor de cliënt zonder sporthulpmiddel niet mogelijk is om een sport te beoefenen en de kosten hiervoor aanzienlijk hoger zijn -dan de gebruikelijke kosten die een persoon zonder beperkingen heeft voor dezelfde (of een vergelijkbare) sport-, kan een sportvoorziening worden verstrekt. Dat kan een sportrolstoel zijn maar ook een ander hulpmiddel. De aanvrager moet aantonen dat er sprake is van een actieve sportbeoefening. Uitgegaan wordt van de maximale fysieke mogelijkheden (dus alleen als het medisch noodzakelijk is een sportvoorziening wordt uitgerust van elektrische ondersteuning).
Sportrolstoelen of andere hulpmiddelen die worden gebruikt om therapeutische doelen te bereiken vallen onder de Zorgverzekeringswet.
Kosten voor het feitelijk kunnen bezoeken van of deelnemen aan activiteiten zoals entreegelden of lidmaatschapsbijdragen komen niet voor vergoeding in aanmerking. Verwacht mag worden dat de levensduur van een sportvoorziening minimaal drie jaar is.
De voorziening voor recreatieve sportbeoefening kan als maatwerkvoorziening of als een tegemoetkoming worden verstrekt.
Hoofdstuk 4:
Artikel 4.4
Rolstoelen en hulpmiddelen voor sportbeoefening
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Best 2022