Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4:

Artikel 4.5

Begeleiding

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Best 2022

Begeleiding betreft activiteiten gericht op het bevorderen of behoud van de zelfredzaamheid en tot voorkoming van opname of verwaarlozing van de cliënt. Afwegingskader Aanbieders die hebben ingeschreven om de maatwerkvoorziening begeleiding te bieden, mogen dit aanpassen op basis van de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een cliënt. Dit kan bestaan uit een afgestemd geheel van diensten, waaronder begrepen: Begeleiding individueel Begeleiding groepsgericht (dagbesteding) Persoonlijke verzorging in het kader van de begeleiding; Het daarvoor noodzakelijke vervoer. Algemene voorliggende voorzieningen Gebruikelijke hulp: Begeleiding is gebruikelijke hulp als het gaat om begeleiding bij maatschappelijke participatie en het bezoeken van familie, vrienden etc., als het gaat om het overnemen van taken die behoren tot een gezamenlijk huishouden (zoals het doen van de administratie) en als het gaat om het leren omgaan van derden met de cliënt. Algemeen gebruikelijke voorzieningen: algemeen verkrijgbaar of al ingezette ondersteuning zoals een belastingadviseur Welzijnsdiensten zoals maatjesprojecten, huiskamerprojecten, thuisadministratie, maaltijdvoorziening, lotgenotencontact, trainingen Algemene, lokale voorzieningen t.b.v. kortdurende en/of niet intensieve vormen van ondersteuning (kan ook worden ingezet vanuit de toegang/sociaal team/Wmo-team zelf) Vrijwilligerswerk Behandeling Alvorens begeleiding te verstrekken is het van belang dat wordt onderzocht wat de mogelijkheden van behandeling zijn. Als verbetering van functioneren of handelen (vaardigheden) nog mogelijk is, dan is behandeling voorliggend. Hiervoor wordt de medisch adviseur (onafhankelijk arts) ingeschakeld. Behandeling kan worden geboden door bijvoorbeeld: ergotherapeut, psycholoog, specialist ouderen geneeskunde of ineen revalidatiecentrum of een centrum gespecialiseerd in bepaalde problematiek (zoals een reumacentrum). Behandeling is gericht op bijvoorbeeld: het verbeteren van de aandoening/ stoornis/beperking, het aanleren van nieuwe vaardigheden of gedrag of nadere functionele diagnostiek. In 2022 is van 1 april de nieuwe aanbesteding van kracht en gelden de volgende producten7 Zie voor een volledig overzicht de productkaarten in bijlage 5: B1. Individuele begeleiding (productcode B1 / 02B01) Het accent ligt op het eigen maken van vaardigheden of nieuw gedrag door langdurig oefenen en trainen zodat deze vaardigheden of nieuw gedrag eigen gemaakt worden bij de cliënt. De productspecificaties individuele begeleiding zijn opgebouwd uit drie producten (1,2,3) waarbij het vereiste ondersteuningsniveau (de mate van deskundigheid, specialisatie en complexiteit) van categorie 1 tot categorie 3 toeneemt. Binnen iedere productspecificatie wordt vervolgens door de Wmo klantmanager de intensiteit bepaald (de vereiste omvang van de ondersteuning). B2 Individuele begeleiding 2 (productcode B2 / 02B02) Begeleiding bedoelt voor iedere cliënt die een matige beperking op het gebied van de zelfredzaamheid, zelfregie of maatschappelijke participatie ervaart/heeft. Er is weinig of onvoldoende compensatie vanuit de omgeving. Ondersteuning is nodig op meerdere levensgebieden. Begeleider biedt sturing op de levensgebieden waar mogelijk, maar kan de regie op enkele levensgebieden ook overnemen. Ondersteuning is deels planbaar. B3 Individuele begeleiding 3 (productcode B3 / 02B03) Voor iedere cliënt die ernstige beperkingen op het gebied van de zelfredzaamheid, zelfregie of participatie ervaart/heeft. De ondersteuning richt zich voornamelijk op het verkrijgen en behouden van een stabiele situatie. Cliënt heeft een complexe hulpvraag op meerdere levensdomeinen en ontvangt hierbij niet of weinig ondersteuning vanuit het netwerk. De begeleiding neemt regie over op de levensdomeinen waar dit noodzakelijk is. Er is specialistische inzet noodzakelijk. De ondersteuning is vaak onplanbaar. Dit betekent dat ondersteuning vaak snel ingezet moet worden door gebeurtenissen in het leven van de cliënt. G1 Groepsbegeleiding (productcode G1 / 02G01) Bij het inzetten van groepsbegeleiding dient er gewerkt te worden aan dezelfde doelen zoals door opdrachtgever vastgesteld bij de indicatie voor begeleiding van de betreffende cliënt. Het is mogelijk dat een cliënt zowel groepsbegeleiding krijgt als individuele begeleiding. De aanbieder overlegt samen met de cliënt of groepsbegeleiding effectief is. Groepsbegeleiding valt binnen de totaal geïndiceerde tijd voor begeleiding (individueel en groep) van een cliënt. Dagbesteding Dagbesteding is een vorm begeleiding die wordt ingezet als maatwerkvoorziening in groepsverband. Passende dagbesteding wordt zo dicht mogelijk bij de cliënt georganiseerd. Bij dagbesteding wordt gewerkt met dagdelen van drie uur waarbij de cliënt daadwerkelijk op locatie aanwezig is. Er wordt gestreefd naar passende dagbesteding op maximaal 10 km reisafstand vanaf het huisadres van de cliënt. Zie verdere informatie bij het product vervoer. Binnen iedere productspecificatie wordt vervolgens door de Wmo klantmanager/ klantmanager de intensiteit bepaald in dagdelen (de vereiste omvang van de ondersteuning). Indien een cliënt twee dagdelen op één dag komt, brengt de cliënt zelf de lunch mee, of aanbieder biedt de mogelijkheid om tegen een redelijke vergoeding voor de cliënt een lunch te verzorgen. Een combinatie is ook mogelijk door bijvoorbeeld naast de zelf meegebrachte lunch soep aan te bieden of een andere versnapering tegen een geringe vergoeding ten laste van de cliënt. D1 Dagbesteding 1 (productcode D1 / 07D01) Deze vorm van dagbesteding is bedoeld voor volwassenen die door de aard van hun beperking, ondersteunings - of zorgbehoefte niet kunnen deelnemen aan (betaald of vrijwilligers-) werk, geen perspectief hebben op gewoon of begeleid werk én geen gebruik kunnen maken van dagactiviteiten die toegankelijk zijn voor iedereen in het voorliggend veld. D2 Dagbesteding 2 (productcode D2 / 07D02) Deze vorm van dagbesteding is bedoeld voor volwassenen die onder de kenmerken van Dagbesteding 1 vallen, maar daarnaast meer specialistische ondersteuning behoeven. Meer gericht op de geestelijke gezondheidszorg en complexere casuïstiek op één of meerdere leefgebieden. V1 Vervoer Dagbesteding (V1 / 08V01 t/m 08V14) Het vervoer naar de dagbesteding wordt apart geïndiceerd en is gebaseerd op de kortste afstand tussen het woonadres van de inwoner en de dagbestedingslocatie. De prijzen zijn in een staffel geordend met een onderscheid tussen regulier en rolstoel vervoer. Kortdurend verblijf Bij kortdurend verblijf logeert iemand (maximaal 3 etmalen per week) in een instelling, bijvoorbeeld in een gehandicapteninstelling, verpleeghuis of verzorgingshuis. Hierdoor wordt de mantelzorg ontlast, zodat deze de zorg langer kan volhouden en de cliënt thuis kan blijven wonen. Kortdurend verblijf is bedoeld voor mensen die permanent toezicht nodig hebben, bijvoorbeeld als er valgevaar is of als de cliënt zelf niet in staat is hulp in te roepen als dat nodig is of omdat er ernstige gedragsproblemen zijn. Kortdurend verblijf kan ook voor de doelgroep psychiatrie een mogelijkheid zijn ter ontlasting van de mantelzorg om opname binnen een woonvorm te voorkomen of als time out om opname binnen GGZ te voorkomen. Alleen als er sprake is van de combinatie van voortdurend zorgen, toezicht van de cliënt en dreigende overbelasting van de mantelzorger en als andere voorliggende voorzieningen niet voldoen, kan kortdurend verblijf worden geïndiceerd. Het permanent toezicht kan een vorm van actieve observatie zijn, bijvoorbeeld voor iemand met een ernstige hartaandoening of dementie. De omvang van kortdurend verblijf is 1, 2 of 3 etmalen per week, afhankelijk van wat noodzakelijk is in de specifieke situatie van de cliënt. Er is een maximum van 3 etmalen per week gesteld omdat het logeren betreft; bij meer dan 3 etmalen in een instelling is er sprake van opname waarvoor een indicatie op grond van Wlz moet worden gesteld. Het is denkbaar dat in specifieke situaties wordt toegestaan dat etmalen worden gespaard om bijvoorbeeld een verblijf van een week, zodat de mantelzorger op vakantie kan, mogelijk te maken. Dan moet wel vaststaan dat andere oplossingen, zoals bijvoorbeeld respijtzorg vergoed door de ziektekostenverzekeraar geen optie zijn. Wel geldt dat maximaal drie keer per jaar opgespaarde etmalen mogen worden ingezet, met een maximum van 21 dagen over deze drie perioden. Bovendien geldt dat het maximaal aantal etmalen per jaar 156 (52 x 3) bedraagt. In de instelling waar de cliënt kortdurend verblijft wordt de dagelijkse zorg overgenomen. Wanneer verpleging nodig is moet dit geregeld worden via de zorgverzekering. Behandeling behoort nadrukkelijk niet bij kortdurend verblijf. De cliënt is zelf verantwoordelijk voor vervoer van en naar de instelling voor kortdurend verblijf. Hij kan hiervoor gebruik maken van eigen vervoer of van hulp uit het eigen netwerk. Wanneer de cliënt beperkingen heeft op het gebied van vervoer zal hij doorgaans in het bezit zijn van een pasje voor CVV, waarmee hij zich naar de instelling kan vervoeren. Kortdurend verblijf kent anders dan school of dagbesteding geen exacte starttijden zodat gebruik van een collectief vervoerssysteem als CVV (eventueel met begeleider) een geschikte oplossing biedt.

Rechtspraak bij dit artikel