Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

Wettelijke voorschriften

Onderdeel van Ruimingsprotocol gemeentelijke gedenkparken Schagen

De Wet op de lijkbezorging (Wlb) maakt onderscheid tussen algemene en particuliere graven die elk een eigen administratieve ruimingsprocedure hebben. Voor algemene graven is artikel 27a van de Wlb van toepassing. Het betreffende artikel geeft de volgende procedure aan: Ten minste zes maanden en ten hoogste twaalf maanden voor het verstrijken van de termijn van uitgifte van een algemeen graf doet de houder van de begraafplaats daarvan schriftelijk mededeling aan de belanghebbende bij dat graf wiens adres hem bekend is. Sinds de wetswijziging van 2010 zijn houders van begraafplaatsen niet meer verplicht om via publicaties mogelijke belanghebbenden te achterhalen. Belanghebbenden hebben de verantwoordelijkheid wijzigingen van NAW-gegevens zelf door te geven. Als bij afloop van de gebruikstermijn geen reactie is ontvangen kan de houder van de begraafplaats overgaan tot ruiming van het graf. Voor particuliere graven is artikel 28 van de Wlb van toepassing: lid 1: Een uitsluitend recht op een graf, welke vorm aan dit recht ook wordt gegeven, kan uitsluitend schriftelijk worden gevestigd. Het recht kan voor onbepaalde tijd of voor een bepaalde tijd van ten minste tien jaar worden verleend. Het voor bepaalde tijd verleende recht wordt op verzoek, mits gedaan binnen twee jaar voor het verstrijken van de termijn, telkens verlengd, met dien verstande dat de houder van de begraafplaats kan bepalen dat een periode van verlenging niet korter is dan vijf jaar en niet langer is dan twintig jaar. Het uitsluitend recht op een graf is geen registergoed. lid 2: Binnen een jaar na de aanvang van de termijn waarin verlenging van het recht kan worden verzocht doet de houder van de begraafplaats aan de rechthebbende wiens adres hem bekend is, schriftelijk mededeling van het verstrijken van de termijn en van het bepaalde in het eerste lid. lid 3: Indien niet binnen drie maanden na verzending van de mededeling, bedoeld in het tweede lid, om verlenging van het recht is verzocht, maakt de houder van de begraafplaats de mededeling bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats, tot het einde van de periode waarvoor het recht was gevestigd. Rechthebbenden worden een jaar voor afloop van de termijn aangeschreven. Ze worden verzocht binnen zes weken te reageren. Een antwoordformulier en voorgefrankeerde antwoordenvelop zijn bijgevoegd. Indien niet binnen 6 weken gereageerd wordt volgt een herinnering middels een aangetekende brief waarbij verzocht wordt om alsnog binnen 2 weken het antwoordformulier retour te sturen.

Rechtspraak bij dit artikel