Soms moet een inwoner bepaalde kosten maken waarvoor hij geen geld heeft. Een inkomensconsulent van de gemeente kan dan samen met de inwoner nagaan hoe dat probleem het beste kan worden opgelost. De inkomensconsulent bespreekt met de inwoner het volgende om te bekijken of de inwoner recht kan hebben op bijzondere bijstand:
Stap 1: Wat is de hulpvraag van de inwoner precies?
Samen met de inwoner brengt de inkomensconsulent van de gemeente in kaart welk effect de inwoner wil bereiken. Wat vraagt de inwoner precies en wat is er nodig? Hoe groot en hoe ‘urgent’ is de hulpvraag van de inwoner? De inkomensconsulent betrekt daarbij de persoonlijke situatie van de inwoner. Soms is informatie van andere instanties nodig om een goed beeld te krijgen. Belangrijke vraag is: wat gebeurt er als het probleem niet wordt opgelost? Wat zijn dan de gevolgen voor de inwoner én voor zijn omgeving?
Stap 2: Wat is er nodig om het probleem op te lossen?
De inkomensconsulent beoordeelt samen met de inwoner hoe het beoogde effect bereikt kan worden: Wat is er echt nodig, wat kan de inwoner zelf doen (eigen kracht) en welke rol kunnen andere personen of organisaties spelen. Het past bij de grondwaarden van de Participatiewet om eerst te onderzoeken of de kosten via een andere organisatie of via het sociale netwerk kunnen worden vergoed. Als de inwoner via een andere regeling een vergoeding kan krijgen voor de kosten, dan gaat die voor. Zo’n regeling wordt ook wel een voorliggende voorziening genoemd. Bekende voorliggende voorzieningen zijn:
Zorgtoeslag: voor de kosten van de zorgverzekering
Huurtoeslag: voor de kosten van huur
Wmo: voor maatschappelijke zelfredzaamheid en/of participatie, zoals het kunnen voeren van een huishouding of voor mobiliteit in de directe omgeving.
Soms heeft de inwoner hulp nodig om een andere voorziening aan te vragen. FinoK (Financiën op koers) kan helpen met het aanvragen van toeslagen en kwijtschelding van belastingen (Zie: https://FINOK.nl). Gaat het om een voorziening van de gemeente, zoals in het kader van de Wmo, dan zorgt de inkomensconsulent ervoor dat de vraag van de inwoner bij het juiste ‘loket’ terechtkomt.
Als er een voorziening is die de kosten voldoende vergoedt, dan hoeft de gemeente geen bijzondere bijstand te verstrekken. De voorziening is dan ‘passend en toereikend’. Als een voorliggende voorziening de kosten niet (voldoende) vergoedt, beoordeelt de inkomensconsulent of bijzondere bijstand kan worden ingezet.
Stap 3: Maakt de inwoner de kosten daadwerkelijk?
Bijzondere bijstand is alleen mogelijk als de inwoner de kosten ook echt gemaakt heeft of moet maken. De inwoner moet kunnen aantonen dat hij de kosten daadwerkelijk heeft gemaakt of moet betalen.
Stap 4: Zijn de kosten noodzakelijk?
Kosten die niet noodzakelijk zijn, blijven voor rekening van de inwoner. Het ligt op de weg van de inwoner om de noodzaak aannemelijk te maken. Noodzakelijke kosten moet de inwoner normaal gesproken uit het inkomen betalen. Soms wordt van een kostensoort aangenomen dat deze noodzakelijk is en bijdraagt aan het behalen van de doelen van de gemeente. De inkomensconsulent bepaalt of de kosten noodzakelijk zijn. In hoofdstuk 3 zijn kosten beschreven die veel voorkomen. Voor een aantal kosten zijn er normbedragen, bijvoorbeeld vastgesteld door het NIBUD. In principe zijn dat maximumbedragen, maar er kan van af worden geweken als dat nodig is (maatwerk).
Stap 5: Zijn de kosten bijzonder?
Bijzondere bijstand kan alleen verstrekt worden als een inwoner bijzondere kosten moet maken. Dat is mogelijk het geval als er iets bijzonders aan de hand is. Bijzondere bijstand is bedoeld voor noodzakelijke kosten die het gevolg zijn van bijzondere omstandigheden. De inkomensconsulent bepaalt of de kosten bijzonder zijn.
Stap 6: Wat is de draagkracht van de inwoner?
Bijzondere bijstand kan alleen worden verstrekt als de inwoner niet voldoende draagkracht heeft en daardoor de kosten niet zelf kan betalen. Zie hiervoor hoofdstuk 2.3.
Stap 7: Welke bijstand is er echt nodig?
De gemeente bepaalt uiteindelijk wat nodig is. De gemeente verstrekt niet meer bijstand dan echt nodig is. De consulent bespreekt dit met de inwoner. Belangrijk is daarbij de vraag: wat is het effect voor de inwoner als de gemeente de kosten wel/niet betaalt uit de bijstand? De bijstand vergoedt in principe de goedkoopste en meest eenvoudige uitvoering. Deze uitgangspunten vloeien voort uit de grondwaarden van de Participatiewet. Voor een aantal kosten zijn er normbedragen opgesteld, bijvoorbeeld door het NIBUD.
Stap 8: Welke vorm heeft de bijzondere bijstand?
Bijzondere bijstand betaalt de gemeente in principe ‘om niet’ (als gift). Soms kan bijzondere bijstand als lening worden verstrekt. Uitgangspunt is dat kosten van duurzame gebruiksgoederen als lening worden verstrekt. Een voorbeeld hiervan is bijzondere bijstand voor de aanschaf van huishoudelijke zaken als een wasmachine of koelkast. Bijzondere bijstand kan ook een lening zijn als er op korte termijn voldoende geld voor de inwoner beschikbaar komt. Ten slotte kan de bijstand ook een lening zijn als de inwoner schuld heeft aan het ontstaan van de kosten of als de inwoner de kosten had kunnen voorkomen.
Stap 9: Hoe kan bijzondere bijstand worden aangevraagd?
De gemeente heeft een aanvraagformulier vastgesteld waarmee de inwoner bijzondere bijstand kan aanvragen (Balie inkomen en zorg en online). Bijzondere bijstand kan alleen worden verstrekt als de aanvraag binnen 2 maanden na het ontstaan van de kosten is ingediend. Het is namelijk lastig om met terugwerkende kracht te beoordelen hoe de situatie precies was. De datum waarop de kosten zijn ontstaan is vaak terug te vinden op de factuur. Op de aanvraagdatum moet dan nog wel kunnen worden beoordeeld of aan de andere voorwaarden voor bijzondere bijstand is voldaan. Zo moet bijvoorbeeld nog steeds vastgesteld kunnen worden of de kosten noodzakelijk en bijzonder waren.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.2
Voorwaarden bijzondere bijstand
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Kampen