Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.3

Hoe telt het inkomen en het vermogen mee?

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Kampen

Als een inwoner bijzondere bijstand vraagt, dan wordt (naast bovenstaande voorwaarden) beoordeeld of de inwoner (een deel van) de kosten zelf kan betalen uit zijn/haar inkomen en/of vermogen. Het deel van het inkomen en/ of vermogen dat door de inwoner kan worden betaald om zelf de kosten te betalen heet ‘draagkracht’. Alleen als een inwoner niet voldoende draagkracht heeft om de kosten te betalen, kan hij recht hebben op bijzondere bijstand. Heeft een inwoner deels voldoende draagkracht, dan kan er, met aftrek van de draagkracht, bijzondere bijstand worden vergoed. Een hoger inkomen en/of vermogen leidt dus tot meer draagkracht. Hoe hoger de draagkracht is, hoe lager de bijzondere bijstand wordt. Als de draagkracht van de inwoner heel hoog is, kan er geen bijzondere bijstand meer worden verstrekt. Welk inkomen telt mee? Voor het vaststellen van de draagkracht gelden de volgende uitgangspunten: De gemeente sluit aan bij de Participatiewet om te beoordelen wat wel of geen inkomen/middel is. Het inkomen boven de bijstandsnorm wordt meegenomen bij het vaststellen van de draagkracht. Verder kijkt de gemeente alleen naar inkomen dat echt beschikbaar is. Heeft de inwoner een inkomen op bijstandsniveau en geen vermogen, dan wordt de inwoner niet gevraagd om mee te betalen. Er is dan geen draagkracht. Is het inkomen hoger dan de bijstandsnorm, dan kan het zijn dat een bijdrage in de kosten wordt verlangd. Er is dan wel draagkracht. Noodzakelijke uitgaven Bij het vaststellen van het inkomen kan de gemeente bepaalde noodzakelijke uitgaven soms aftrekken van het inkomen. Het gaat in ieder geval om de eigen bijdrage die inwoners aan het CAK betalen voor zorg. Per situatie beoordeelt de inkomensconsulent dit. Welk vermogen telt mee? De vermogensgrens wordt bepaald volgens art. 34 lid 3 van de Participatiewet. Het vermogen telt niet mee voor de berekening van de draagkracht als het onder de vermogensgrenzen uit de Participatiewet blijft. Het vermogen boven de vermogensgrens uit artikel 34 lid 3 Participatiewet wordt gezien als draagkracht en dient volledig te worden aangewend voor de bijzondere kosten. Ligt het vermogen boven de vermogensgrens dan kan soms rekening worden gehouden met hoge noodzakelijke kosten die de inwoner op korte termijn moet maken, waardoor het vermogen onder de vermogensgrens zal dalen. Vermogen in de woning Als de inwoner in een eigen huis woont, kijken we of er overwaarde is. Overwaarde telt niet mee als het onder de speciale vrijlatingsgrens voor de eigen woning in de Participatiewet valt (artikel 34 lid 2 sub d Participatiewet). Is de overwaarde in de woning hoger, dan hangt het van de situatie af of we bijstand kunnen toekennen (maatwerk). We gaan er vanuit, dat als de gevraagde bijstand lager is dan € 1.200,-, de overwaarde niet meetelt. Daarboven kan het anders liggen. Dat is onder meer afhankelijk van de hoogte van de overwaarde, de leeftijd van de inwoner, de gezinssituatie, de aard en verkoopbaarheid van de woning, etc. Draagkracht bij beslag of schuldregeling Bij een aanvraag bijzondere bijstand voor de kosten van beschermingsbewind, curatele en/of mentorschap wordt geen rekening gehouden met een (lopende) schuldenregeling. Dit geldt voor minnelijke en wettelijke schuldenregelingen. Dit betekent dat bij elke aanvraag voor deze kosten beoordeeld wordt of er sprake is van draagkracht. Bij een schuldenregelingsaanvraag wordt het vrij te laten bedrag (VTLB) berekend. Naar aanleiding van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (9-4-2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1304) is vanaf 1 juli 2019 in het VTLB rapport de correctiepost beschermingsbewind/budgetbeheer opgenomen. In deze berekening kan rekening worden gehouden met de maandelijkse kosten van beschermingsbewind, curatele en/of mentorschap. De kosten kunnen dus worden meegenomen in de VTLB berekening. Afloopregeling lopende schuldenregeling Bij de cliënten waar sprake is van een schuldenregeling (fase 2) die gestart is voor 1 januari 2021, zal er op basis van dit gewijzigde beleid geen aanpassing plaatsvinden. Draagkracht Voor de kosten van beschermingsbewind, curatele, mentorschap, beheer PGB en bijbehorende incidentele kosten zoals griffierecht, intake- en afsluitkosten wordt voor wat betreft het inkomen met een draagkracht van 75% gerekend. Dat betekent dat van de inwoner wordt verwacht, dat hij/zij van elke euro inkomen boven de bijstandsnorm een bijdrage van 0,75 euro (75% draagkracht) aan de kosten bijdraagt. Voor de overige kosten waarvoor bijzondere bijstand kan worden aangevraagd, geldt voor wat betreft het inkomen een draagkracht van 25%. Dat betekent dat van de inwoner wordt verwacht, dat hij/zij van elke euro inkomen boven de bijstandsnorm een bijdrage van 0,25 euro (25% draagkracht) aan de kosten bijdraagt. Voor alle kosten waarvoor bijzondere bijstand kan worden aangevraagd, geldt dat het vermogen boven de vermogensgrens uit artikel 34 lid 3 Participatiewet wordt gezien als draagkracht en volledig dient te worden aangewend voor de bijzondere kosten. Over welke periode wordt de draagkracht van de inwoner berekend? De draagkracht wordt in principe berekend over de drie kalendermaanden die voorafgaand aan de maand waarin de kosten zijn gemaakt. Is het inkomen inmiddels sterk gewijzigd, dan kan van een latere kalendermaand worden uitgegaan (bijv. de maand van aanvraag of de huidige maand). In het belang van de rechtszekerheid en de uitvoeringspraktijk geldt als uitgangspunt dat de draagkracht binnen de vastgestelde draagkrachtperiode van 12 maanden in beginsel voor die periode definitief is. Met andere woorden: een eenmaal vastgestelde draagkracht wordt in beginsel niet meer aangepast. Slechts bij sterk gewijzigde omstandigheden/ inkomen kan de draagkrachtperiode opnieuw worden vastgesteld. Voorbeeldberekening: Een inwoner vraagt bijzondere bijstand aan voor reiskosten naar een partner in een inrichting. De reiskosten bedragen € 40,- per maand. Er is aan de voorwaarden voor bijzondere bijstand voldaan, alleen de draagkracht moet nog worden berekend. Het inkomen ligt € 100,- boven de bijstandsnorm. Er zijn geen bijzondere uitgaven. Er is geen vermogen. - maandinkomen (incl. v.t.): € 1.000,- - bijstandsnorm (incl. v.t.): € 900,- -/- --------------------------- -------------------- - Meerinkomen per maand: € 100,- draagkracht inwoner: 25% van € 100,- - Inbreng (draagkracht) per maand: € 25,- - Reiskosten per maand: € 40,- - Bijstand per maand: € 15,- - Overblijvende draagkracht € 0,- Bij een volgende aanvraag voor bijzondere bijstand die binnen 12 maanden wordt ingediend, houden we rekening met de draagkracht die de inwoner over die periode al heeft betaald. In bovenstaand voorbeeld heeft de inwoner al een bedrag betaald en is er geen overblijvende draagkracht meer voor andere kosten. Als het inkomen (en het vermogen) of de omstandigheden inmiddels sterk veranderd zijn, kan een nieuwe berekening van de draagkracht worden gemaakt. Dit is ter beoordeling van de inkomensconsulent.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel