Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2

Artikel 4.2.1

Uitbreiding woningvoorraad

Onderdeel van Woonvisie 2021-2030 Wijk bij Duurstede

Bij het realiseren van de gewenste plancapaciteit tot 2030 van 1.200 woningen worden de volgende uitgangspunten als leidraad gehanteerd: Realisering van 1.200 woningen is niet mogelijk zonder een verdere verruiming van de mogelijkheden tot nieuwbouw buiten de rode contour. Dit betekent dat in overleg met de provincie deze uitbreiding als noodzakelijk wordt ingebracht. De provinciale toezegging van 530 woningen voor ontwikkeling in uitleggebied is onvoldoende. We kiezen ervoor om nu reeds (uitleg)gebieden voor woningbouw te gaan bestemmen waardoor onze opgaven ingevuld kunnen worden: voor de langere termijn vanuit demografische ontwikkelingen en voor de korte termijn vanuit de opgave van de verschillende doelgroepen die met urgentie om woonruimte vragen, al dan niet vanuit het Rijk met een taakstelling opgelegd worden (vergunninghouders). Als eerste wordt het gehele gebied De Geer III bestemd voor woningbouw. Bij de invulling van nieuwe ontwikkelingen kiezen we voor de volgende uitgangspunten, waarop alleen gemotiveerd kan worden afgeweken: Een percentage van 35% sociale huur. Hiermee vervalt een voorgeschreven aandeel sociale koop omdat het realiseren van sociale koop woningen, ondanks een anti-speculatiebeding, een groot risico van speculatie met zich brengt. Daarnaast is er een groot contingent uit specifieke doelgroepen (zie paragraaf 2.2.2.) die alleen voor sociale huur in aanmerking komen. Voor hen is het aanbod nu structureel te laag, met lange wachtlijsten tot gevolg waardoor een inhaalslag nodig is; Voor de woningen in de vrije sector ligt de aandacht op middeldure huurwoningen (tot € 1.050,- per maand), middeldure koopwoningen (tot € 400.000,-) en duurdere woningen. Een minimaal BVO per woning waarbij we onderscheid zullen maken tussen de diverse woningtypen en prijsklassen; Een anti-speculatiebeding en een zelfbewoningsplicht te verruimen van 5 naar 10 jaar. Het streven naar toegankelijke nieuwbouw, waar mogelijk, door het naleven van de NEN 1814 norm en het bouwen volgens de Integrale Toegankelijkheidsstandaard. Per locatie wordt bepaald in hoeverre de verdeling sociaal-vrije sector kan worden behaald en wordt nagegaan in welke vorm de nieuwbouw wordt gerealiseerd (grondgebonden of gestapeld). Indien op een locatie minder woningen in de sociale sector worden gebouwd, zal dit op een andere locatie wor-den gecompenseerd. Om dit te bewerkstelligen worden er met ontwikkelaars afspraken gemaakt om de gewenste differentiatie te realiseren. Het merendeel van de woningen in de sociale huursector zal in Wijk bij Duurstede worden gebouwd. Daarbij het accent op die woningtypes die momenteel ondervertegenwoordigd zijn en waar vraag naar is. Dit geldt ook voor de sociale huurwoningen in Cothen en Langbroek. Halverwege de looptijd van de Woonvisie wordt nagegaan in hoeverre de keus voor de verdeling sociaal-vrije sector moet worden aangepast. Elementen die daarbij een rol spelen zijn onder meer de effectiviteit en de financiële haalbaarheid van deze verdeling. Bij het realiseren van nieuwbouw is BTBV bouwen de basis; bij de nieuwbouw die bestemd is voor ouderen zowel in de sociale als vrije sector, is levensloop bestendig bouwen vertrekpunt. Locaties binnen de bestaande woonomgeving lenen zich beter voor het realiseren of transformeren naar meer gestapelde woningbouw. Dit geldt echter ook voor de uitbreidingslocaties omdat er dan vanaf het begin rekening kan worden gehouden met gestapelde bouw. Per locatie wordt de hoogte van de woningbouw vastgesteld waarbij op voorhand geen maximum hoogte wordt voorgeschreven maar ruimtelijke inpassing en de directe omgeving qua bebouwing en overige voorzieningen leidend is. In vervolg op deze Woonvisie en dit uitgangspunt dient ook een visie op de Wijkse vorm van hoogbouw te worden ontwikkeld. Dit moet handvatten bieden in de gesprekken met inwoners over de wenselijkheid en inpasbaarheid van deze vorm van verdichting. Bij het realiseren van sociale bouw in bestaande woonwijken wordt nadrukkelijk gekeken naar het absorptievermogen van de desbetreffende wijk. Mochten er in die wijk al veel sociale woningen staan (meer dan 40%) dan kan in dit kader gekozen worden voor minder nieuwbouw in het sociale segment. Er zal actief in kaart gebracht worden welke (binnenstedelijke) locaties op de middellange en lange termijn geschikt zijn voor ontwikkeling ten behoeve van woningbouw op basis van de Omgevingsvisie. Daarnaast zoeken we naar locaties die op korte termijn mogelijkheden bieden in aanvulling op de reeds aanwezige harde plancapaciteit. In gesprekken met ontwikkelaars wordt aandacht gevraagd om de woningen met voorrang toe te wijzen/te verkopen aan inwoners van de gemeente. Hierdoor wordt doorstroming bevorderd, uiteraard binnen de wettelijke kaders. Bij het toevoegen van woningen rekening houden met de verhouding van het aandeel grondgebonden en gestapelde woningen in de gemeente. Teneinde woningen betaalbaar te houden en woningbouwontwikkelingen mogelijk te maken, wordt kritisch gekeken naar stapeling van eisen, zoals die op duurzaamheid, hoeveelheid openbaar groen of parkeernormen. Zo nodig kan de woonprogrammering worden aangepast teneinde een ontwikkeling financieel van de grond te kunnen krijgen. Voor de haalbaarheid en leefbaarheid van uitbreidingen vormen de gesuggereerde maatregelen uit Milieu Effect Rapportages het uitgangspunt en wordt daarbovenop uitgegaan van natuur-inclusief bouwen zoals gedefinieerd in het Manifest bouwen voor natuur van maart 2021.

Rechtspraak bij dit artikel